dinsdag 24 augustus 2010

witte regen

Van de ene dag op de andere hield onze airco ermee op…in een land waar airco nauwelijks nog een optie te noemen is (de moderne ontdekkingsreiziger hé: watje!), laten we hem repareren in Broome. Van de rekening moesten we wel 2 of 3 keer slikken… Omdat heel Broome nogal duur is, trekken we wat noordelijker om ergens in de duinen te kamperen: een paradijs op aarde (voor wie zand met schelpjes lust). Voor de rest is het de complete antipode van Blankenberge: mooi zandstrand, blauwe zee en geen drukte. Gedurende de drie dagen dat we daar staan hebben we meestal het complete strand voor onszelf.
De kinderen hebben een soort dierentuin aangelegd van levende zeediertjes: zeeslakken, zeeschelpen die zichzelf in het zand trekken, zeesterren, heremietkreeftjes zo groot als Chim zijn vuist (daar hadden ze nog het meeste werk mee - die kropen steeds weg, een fietsbandspoor achterlatend).
Bij het vertrek rijden we ons nog vast in de duinen, maar met wat schupwerk geraken we er in ‘low’ weer uit.

We reizen nu door de Pilbara, een ruige, desolate streek waar zich van de grootste mijnen voor ijzererts ter wereld bevinden: impressionant. Camions met banden die een stuk hoger zijn dan onze Landcruiser (met bagage erop) en kilometerslange treinslierten (volgens onze laatste telling 236 wagonnetjes, getrokken door drie locomotieven) die ijzererts naar de haven brengen.

We overnachten in Millstream NP aan een rivier waar we ook eens kunnen gaan kanovaren. We hebben ‘Ray Mears’ limonade gemaakt met vruchten van de boab: de noten kraken en het witte vruchtvlees verpulveren, oplossen in warm water en proeven, waarna de Ray onveranderlijk pleegt te zeggen “Hmm, very good” Yeah right Ray, be honest! denkt de kijker dan. Nu het was niet slecht maar ook niet lekker. Wel zwaar en het zou veel vitamine C bevatten. Wij vinden het vruchtvlees droog toch beter.

‘s Morgens komen hier honderden - misschien wel duizend - kaketoes aangevlogen met een hels gekrijs, waarna ze in de boomtoppen boven de camping gaan zitten om pas bij zonsondergang met evenveel kabaal weer te vertrekken. Prijsvraag van deze week: wat is witte regen ??
Tip: het gehalte KNO3 is significant.

Respect !

Als we aan de Tanami Track beginnen, is het al aan het schemeren: ‘s morgens te veel tijd verloren met een kletsnatte en deels aangevroren tent. Op zich geen probleem, de kinderen vinden het wel spannend om in het donker te rijden. En er is hier en daar wel een plekje te vinden om te slapen. De eerste 100 km zijn verhard en blijkbaar is men volop bezig om dat door te trekken… ook hier knabbelt het asfalt aan de randjes van het avontuur…

De track door de Tanami desert betekent voor ons een paar dagen zand, stof, stenen, corrugations en enkele beperkte floodways. Voor de moderne, airco-gekoelde explorer, voorzien van koelkast en de zekerheid van andere reizigers, niet echt een zware opgave. Je komt nu rijdende huizen tegen voorzien van generator, satelliettelevisie, GPS, gas-BBQ, en zelfs een kettingzaag om hun brandhout te verzagen! Als je je inbeeldt dat de explorers er een kleine 200 jaar geleden vele maanden over deden, en soms zelfs een paar jaar om een volledige doorsteek van oceaan naar oceaan te doen… met paarden, kamelen en ossenkarren, niet wetende wat hen te wachten stond. Eenmaal de kamelen en de paarden gestorven en/of opgegeten, begint de miserie pas echt. Wij volgen gewoon de weg, zij moesten er een zoeken, soms door manhoge spinifex.
Hier in het noorden van de Tanami zou Ludwig Leichhardt met zijn expeditie verdwenen zijn, tot op vandaag een raadsel voor historici. Wij vinden de beruchte holle boab waar een ’L’ in gegraveerd zou zijn ook niet, dus buiten een metalen plaatje van zijn geweer en een verhaal van een aboriginal van een dikke eeuw geleden blijft het een spannend raadsel.
In elk geval, JMD Stuart, Ernest Giles, Charles Sturt, Burke en Wills, Edward Eyre, Leichhardt en co: Respect! (namens een van satelliettelefoon voorziene explorer).

We gaan naar Tunnel Creek waar de rivier zich door grotten een weg onder de berg baant. Je zoekt er zelf je weg met een zaklamp al wadend door het water. Volgens de bordjes kunnen er ook zoetwaterkrokodillen zitten. Acht jaar geleden hebben we er geen gezien maar nu zag Lieven oogjes reflecteren en even later onderduiken… nu vonden de kids het plots veel spannender ! Waar er anders op een wandeling ruzie is wie er gids mag spelen (en dus eerst mag lopen), waren ze het nu roerend eens dat papa de gids ‘mocht’ zijn.

Dan naar Windjana NP voor de mooie kloof en de vele krokodillen. Chim heeft een krodkodillenpet gekocht met tanden aan en al… moest het niet zo grappig zijn, zou hij er nu nog gevaarlijker uitzien dan hij al is.
Dan zijn we naar Derby op bezoek gegaan bij Justin, Michelle, Joe, Sally en Kate die we enkele weken voordien leerden kennen in Litchfield NP. Van hen mogen we een naaimachine gebruiken om de ritsen van onze tent te vervangen. De ritsen blijken echter niet te zijn aangekomen op het postkantoor van Derby. Een telefoontje leert ons dat ze bij Oztent de ritsen zijn vergeten op te sturen…nieuwe afspraak in postkantoor van Geraldton (een stuk zuidelijker richting Perth). Na 2 nachten in hun tuin te hebben gekampeerd, verlaten we dit gastvrije gezin (de deur bleef open terwijl ze beiden waren gaan werken, zodat wij de keuken, het toilet én de wasmachine konden gebruiken!). Thanks !! En de kids amuseerden zich op de trampoline en met Ticket, de zwarte hond (ondertussen is Chim zijn Peppie - slaapknuffel - bijna even zwart).
Zo, we kunnen onze tocht langs de westkust aanvatten.

woensdag 4 augustus 2010

Yes - Shit - Oh yeah baby!

Als we een stevige 4WD weg doen zijn de meningen in de auto zeer verschillend: Finke zegt 'Yes' en dan vooral als we door water kunnen rijden; Marleen zegt 'Shit' en houdt haar hartje vast; Chim roept 'Oh Yeah Baby' en wil nog !!

Tanken is hier ondertussen walgelijk duur, net geen 2 AUD !! We rijden off-road in de regen naar Owen Springs voor een natte kampeersessie. Om er te geraken moeten we enkele keren door de rivier (Yes - Shit -Oh Yeah Baby). Een koude nacht, bevroren druppels aan de tent maar … ‘s morgens is de zon er weer, toch een opluchting. Tanken en shoppen in Alice Springs en ineens weer weg naar de West Mac Donald Ranges. We rijden naar Birthday Waterhole om daar Lieven zijn verjaardag te vieren, wel een dagje te laat maar nu hebben we tenminste appeltaart. Een favoriet van Lieven in Australië, de vorige keren kon hij ze zelf opeten nu waren er enkele aasgieren mee aan tafel komen zitten. Hier is’t een ontdooide appeltaart zonder ijs en koud maar toch heerlijk.

De weg erheen is ronduit ruig (Yes - Shit - Oh Yeah Baby) maar uiteindelijk vinden we een droomplekje langs de rivier . Helemaal alleen, mooie bruin-rode rotsen als achtergrond, overal groen-gele parkieten (veel kabaal ‘s morgens) én geen vliegen of muggen. We blijven er drie nachten staan, genieten van de rust en doen een rivier-douche. De kinderen zoeken knetsers (platte stenen om op water te kaatsen), ze graven dammen en het is elke avond kampvuur.

Dan bezoeken we enkele gorges (Ormiston, Redbank, Glen Helen) en kamperen langs de oevers van de Finke die we te voet een stuk verder verkennen. ‘s Avonds komt er geregeld een dingoswa op bezoek (insider) die de oever afschuimt om vissen te vinden.
Omdat het zo koud is, zet er zich iets vast op de kieuwen van de vissen en stikken de vissen, langs de oever vinden we veel dode vissen.

In Hermansburg bij de politie navragen of de volledige off-road door Finke Gorge NP open is… helaas… en het zal nog enkele weken duren. Dus zullen we enkel naar Palm Valley kunnen gaan. De rivier staat inderdaad een stuk hoger dan wat we 11 jaar geleden voor de wielen kregen, de ‘Oh Yeah Baby ‘-’s volgen elkaar snel op. Heerlijk ! Een halfuurtje rijden over 4 km en een prachtige bestemming. Na de mooie wandeling is het dezelfde weg terug maar er is maar 1 iemand in de auto die daar wat mee inzit.

Die avond is het optreden aan het kampvuur in de vorm van een stukje drama: de kids maken fakkels aan het vuur tot ons Finke opeens bijna hysterisch begint te wenen… DAT PRIKT !! Waarschijnlijk een splinter of een mier zeker.. En als Lieven haar fakkel checkt blijkt daar een kleine schorpioen uit een holte te komen. Ze is dus eens niet aan het overdrijven !
Iemand snel een potje gaan halen, beestje erin voor het geval we het nadien nog nodig zouden hebben om exact te weten welke ‘t is (zoals bij slangen). Laptop opstarten en ondertussen al eens rondhoren of er iemand op de kleine camping er ervaring mee heeft. Gelukkig zijn we voorbereid, het van op internet zelf samengestelde document en de vriendelijke EHBO-mevrouw zeggen hetzelfde. Het benodigde ice-pak hebben we mee. Finke houdt zich heel sterk. Dan is het afwachten of er een allergische reactie volgt die een nachtelijke off-road trip nodig zou maken. Lieven slaapt die nacht bij Finke om haar en haar hand in het oog te houden. Finke weent en jammert zich uiteindelijk in slaap. Haar hand blijft de hele nacht onveranderd, ze slaapt rustig en ‘s morgens is ze weer de oude. Oef !
Chim was heel lief voor zijn zus, al heeft hij nu schrik van krokodillen, giftige padden, lintwormen, dingo’s én schorpioenen. En fakkels zullen ze voorlopig niet meer maken…

Nog een ijskoude nacht gehad - onze voorruit zag wit en had bloemekes !! Lieven en Marleen hebben liggen bibberen, de kids sliepen heel goed. Nu alles laten opdrogen… en hop naar Alice Springs. Nog eens shoppen, tanken en dan via de Tanami Track - een 1000 km onverhard - door de woestijn naar de westkust. Met hopelijk wat warmere nachten…

To Fink or not to Fink?

We rijden off-road van Alice Springs naar het zuiden met als doel het stadje Finke. Road conditions gecheckt: Ghan Heritage Route: high clearance 4WD only, road dammaged. Ok, daarvoor zijn we tenslotte hier.
Eerst nog een nachtje naar Chambers Pillar, met een stevige 4WD ernaar toe. Bij Chambers Pillar hebben we voor het eerst het gevoel dat we zijn aangekomen in Australië: nauwelijks volk, een zicht tot aan den einder, kamperen in de natuur en een lussenbrander.
We blijven een dagje langer en dan komen er mensen toe die eigenlijk naar Finke gingen maar in Chambers Pillar zijn gestrand. The ‘Fink’ (zoals ze dat hier uitspreken) is flooding, road closed !!
Een deel van het traject naar Finke loopt door de rivierbedding en is overstroomd. .. nu zegt Lieven ook shit !
De plannen wijzigen dus, we kunnen niet naar het stadje Finke. Als we maar door Finke Gorge National Park kunnen … al ziet dat er momenteel ook niet goed uit. Van alles is er hier wel een Finke: een stadje, een woestijn, een weg, een nationaal park, zelfs visjes: Finke Hardyheads (vandaar dus die keikop…). De Arrernte aboriginals hier noemen Finke ‘Lara Pinta’, wat ‘zoute rivier’ betekent. Zo zout is die niet, maart hij laat wel zoute, witte sporen na.
We maken met een tentpaal en een keukenhanddoek een vlag vooraan op de bumper want de weg terug is met veel crests, duinen waar we over moeten en aan de top kunnen tegenliggers elkaar anders misschien te laat zien. De kinderen worden ondertussen specialisten in crest - dip - floodway - grid.
Dan maar naar Rainbow Valley. De hele dag is het bewolkt, maar net als in Chambers Pillar komt de zon bij het ondergaan net even onder het wolkendek doorpiepen om ons van prachtig verlichte rotsen te laten genieten. Nog even opwarmen aan een gezellig kampvuurke en dan slapen in de koude nacht.
Ons Finke blijft nog steeds veel eten, we spreken van haar lintworm, en sindsdien heeft Chim naast krokodillen en giftige padden ook schrik van lintwormen.

Op naar Uluru / Ayers Rock: op één of andere manier ziet hij er toch indrukwekkender uit dan wat we ons herinneren van 11 jaar geleden. We besluiten errond te wandelen, wat heel mooi is. De berg ziet er van elke kant steeds anders uit. De kinderen stappen flink de 10 km uit, zeker voor Chim zijn korte beentjes zijn dat toch veel stapjes.
Twee keer op een gezellige rest area geslapen, waar we twee dingo’s zagen. Sindsdien heeft Chim dus schrik van krokodillen, giftige padden, lintwormen en dingo’s.
De dag erna wandelen we 7,5 km door Kata Tjuta / The Olga’s met klimmen en dalen over de rotsen.
Onverwacht mooie, groene valleitjes tussen de bergen. Als we weer doorrijden gaat de zon al onder, de horizon kleurt blauw-paars-roze en de volle maan komt boven Uluru piepen… onvergetelijk mooi…