Lieven, Marleen, Nio (9 jaar), Finke (7 jaar) en Chim (5 jaar) reizen 1 jaar doorheen Australië en Nieuw-Zeeland
maandag 20 december 2010
zaterdag 11 december 2010
de noedel
Eindelijk nog eens lekker warm weer en wij gaan ondergronds, in een goudmijn in Bendigo, net als Ballarat een klinkende (en blinkende) naam van één van de rijkste goudvelden ter wereld.
Nio en Lieven trekken een mijnwerkersplunje aan voor een uitgebreid mijnbezoek (vanaf 8 jaar) tot 86 meter onder de grond, met smalle gangetjes en trapladders. Ons Finke keelt zowat de hele mijn bijeen omdat ze onmiddellijk 8 jaar wil worden… uiteindelijk gaat ze dan toch met Marleen en Chim de kortere toer doen.
Nadien mag je uit het puin daar met een pan naar goud zoeken en eenmaal we het principe en de techniek onder de knie hebben, levert dat wel enkele stukjes (of beter gezegd: partikeltjes) goud op.
In Ballarat leren we dan weer hoe het er vroeger aan toe ging om bovengronds goud te zoeken en je raadt het nooit: het regende de hele dag! Wel enorm leerzaam.
Een klomp goud (of ‘nugget’) van 69 kilo, die slechts enkele cm onder het oppervlak gevonden werd, spreekt natuurlijk enorm tot de verbeelding. En eenmaal de vertaling van het verhaal Nio zijn oren bereikt heeft, beginnen zijn oogjes te blinken… de eerste symptomen doen hun intrede. Het woord ‘nugget’ heeft hij niet goed onthouden, hij heeft het de hele tijd over de ‘noedel’ die hij wil vinden.
In Ballarat - Sovereign Hill - kan je in het riviertje ook zelf goud zoeken (of ‘pannen’) en Nio en Lieven hebben het het ergste zitten: als de zaak eigenlijk al gesloten is, iedereen verdwenen is en je zit doorweekt in de gietende regen nog verder te pannen… heb je dan goudkoorts? We vinden toch nog tientallen partikels goud en al is het enigszins artificieel (in het riviertje wordt geregeld wat goud toegevoegd), het is wel leuk!
We wandelen en kamperen in verschillende bossen in de zgn. golden triangle en overal levert dit hetzelfde beeld op: putten en bergen puin, weer overgroeid met mos en bomen. In hun onophoudelijke zoektocht naar dieren (en sinds kort dus ook noedels) draaien de kinderen menige steen om, wat verschillende schorpioenen en centipides (een giftige ‘honderdpoot’) oplevert, maar natuurlijk niet de verhoopte nugget.
Zowat overal is er hier naar goud gezocht en toch is nog niet alles bovengehaald. Wat vroeger voor iedereen direct of indirect hun inkomen was, is nu voor velen een hobby en voor sommigen winstgevend.
Een goldrush lijkt zoiets uit Australië of uit de VS dat nu enkel nog idyllische ghosttowns oplevert maar nog steeds zijn er mensen die de hele wereld afdweilen naar overal waar er goud gevonden wordt. Voor de geïnteresseerden: momenteel is er een goldrush aan de gang in Soedan (off al places!). Een vriend van onze gids is erheen getrokken, de corruptie en de wetteloosheid krijg je er gratis bij… just like in the old days.
Marleen zet de dromers terug met beide voeten op de grond: de volgende dag vertrekt onze boot naar Tasmanië. We rijden richting Melbourne maar zijn eerst nog uitgenodigd bij een Belgisch gezin dat we in de Grampians hebben leren kennen. We mogen er van een ‘s zondags pistoleeke genieten (met korreltjes zelfs, dat doosje hebben we voor meer dan de helft geplunderd, vrees ik…) en wat tegenwoordig de maatstaf van luxe is voor onze kinderen: eten op een stoel met rugleuning. Maar bovenal is het een gezellige babbel in het Nederlands (Antwerps?) over Deurne, Borsbeek, kip-curry en préparé. Thanks a lot !! Bij de weg: onze Nio hebben we dan een paar dagen niet meer gehoord tot hij alle Kiekeboes een paar keer gelezen had.
Hop naar de boot richting Tasmanië: Tassie voor de locals, Van Diemen’s Land voor zij die van wat geschiedenis houden.
Nio en Lieven trekken een mijnwerkersplunje aan voor een uitgebreid mijnbezoek (vanaf 8 jaar) tot 86 meter onder de grond, met smalle gangetjes en trapladders. Ons Finke keelt zowat de hele mijn bijeen omdat ze onmiddellijk 8 jaar wil worden… uiteindelijk gaat ze dan toch met Marleen en Chim de kortere toer doen.
Nadien mag je uit het puin daar met een pan naar goud zoeken en eenmaal we het principe en de techniek onder de knie hebben, levert dat wel enkele stukjes (of beter gezegd: partikeltjes) goud op.
In Ballarat leren we dan weer hoe het er vroeger aan toe ging om bovengronds goud te zoeken en je raadt het nooit: het regende de hele dag! Wel enorm leerzaam.
Een klomp goud (of ‘nugget’) van 69 kilo, die slechts enkele cm onder het oppervlak gevonden werd, spreekt natuurlijk enorm tot de verbeelding. En eenmaal de vertaling van het verhaal Nio zijn oren bereikt heeft, beginnen zijn oogjes te blinken… de eerste symptomen doen hun intrede. Het woord ‘nugget’ heeft hij niet goed onthouden, hij heeft het de hele tijd over de ‘noedel’ die hij wil vinden.
In Ballarat - Sovereign Hill - kan je in het riviertje ook zelf goud zoeken (of ‘pannen’) en Nio en Lieven hebben het het ergste zitten: als de zaak eigenlijk al gesloten is, iedereen verdwenen is en je zit doorweekt in de gietende regen nog verder te pannen… heb je dan goudkoorts? We vinden toch nog tientallen partikels goud en al is het enigszins artificieel (in het riviertje wordt geregeld wat goud toegevoegd), het is wel leuk!
We wandelen en kamperen in verschillende bossen in de zgn. golden triangle en overal levert dit hetzelfde beeld op: putten en bergen puin, weer overgroeid met mos en bomen. In hun onophoudelijke zoektocht naar dieren (en sinds kort dus ook noedels) draaien de kinderen menige steen om, wat verschillende schorpioenen en centipides (een giftige ‘honderdpoot’) oplevert, maar natuurlijk niet de verhoopte nugget.
Zowat overal is er hier naar goud gezocht en toch is nog niet alles bovengehaald. Wat vroeger voor iedereen direct of indirect hun inkomen was, is nu voor velen een hobby en voor sommigen winstgevend.
Een goldrush lijkt zoiets uit Australië of uit de VS dat nu enkel nog idyllische ghosttowns oplevert maar nog steeds zijn er mensen die de hele wereld afdweilen naar overal waar er goud gevonden wordt. Voor de geïnteresseerden: momenteel is er een goldrush aan de gang in Soedan (off al places!). Een vriend van onze gids is erheen getrokken, de corruptie en de wetteloosheid krijg je er gratis bij… just like in the old days.
Marleen zet de dromers terug met beide voeten op de grond: de volgende dag vertrekt onze boot naar Tasmanië. We rijden richting Melbourne maar zijn eerst nog uitgenodigd bij een Belgisch gezin dat we in de Grampians hebben leren kennen. We mogen er van een ‘s zondags pistoleeke genieten (met korreltjes zelfs, dat doosje hebben we voor meer dan de helft geplunderd, vrees ik…) en wat tegenwoordig de maatstaf van luxe is voor onze kinderen: eten op een stoel met rugleuning. Maar bovenal is het een gezellige babbel in het Nederlands (Antwerps?) over Deurne, Borsbeek, kip-curry en préparé. Thanks a lot !! Bij de weg: onze Nio hebben we dan een paar dagen niet meer gehoord tot hij alle Kiekeboes een paar keer gelezen had.
Hop naar de boot richting Tasmanië: Tassie voor de locals, Van Diemen’s Land voor zij die van wat geschiedenis houden.
zondag 28 november 2010
tsjak, kop eraf!
Na de overdosis asfalt van de voorbije weken gaan we op off-road avontuur in de Gawler Ranges: eindelijk nog eens Yes - Shit - Oh yeah baby! De klassieke ingrediënten: stenen, mul zand, modder en duinen en dan urenlang goed schudden. Buiten ons en heel veel kangoeroes, emu’s en skinks is er niemand in het park te bespeuren.
Onze drie kleine Aboriginals zijn al goed aan het leven in de natuur aangepast, ze bouwen mooie hutten en staan erop om er in te eten, voor een overnachting passen ze toch nog. Ze pletten ook stenen om kleurstof te maken, scherpen speren die ze dan harden in het vuur en kleven scherpe stenen met hars van de bomen aan een stok om een bijl te maken. Vooral Chim leeft zich helemaal in en vraagt bij alles wat hij ziet springen, kruipen of vliegen of hij het mag ‘spiesen’ of ‘tsjak, kop eraf!’. Zolang we eten genoeg hebben, moeten we hem teleurstellen.
In het volgende park, Murray River NP kamperen we weer helemaal alleen aan een rivier in de bossen, zalig. Tot onze verbazing hebben we er wel internetverbinding en kunnen we skypen met het thuisfront. Op verschillende plaatsen word je hier nog met de auto op een vlot de rivier overgetakeld, het heeft wel iets. Dit is ook de streek van de houseboats, varende luxewoningen, maar wij moeten ons beperken tot langs de kant staan gapen en kwijlen.
Overal, zelfs in een klein dorpje vind je hier speeltuinen en die in Monash wordt door onze kinderen bekroond tot ‘beste speeltuin ooit’, vooral de schommel die je niet in gang moet schommelen doet het goed. Je kruipt met de schommel in de hand op een soort tribune tot de gewenste hoogte (tot een meter of 4 - 5) en springt er dan gewoon op.
We naderen Adelaide, tijd voor het beproefde scenario als we een ‘grootstad’ naderen: via internet een betaalbare camping zoeken (de prijzen zijn soms echt belachelijk hoog), dan vol goede moed met het openbaar vervoer erheen en in het besef dat ook deze stad ons ding niet is weer terug. Wel een aanrader was het ‘Museum of South Australia’, superinteressant, je zou er dagen in kunnen ronddolen. Onze Nio moesten we er dan ook buiten slepen. De zalen over geologie en fossielen in outback SA doen ons beseffen dat we daar tijdens onze eerste reis te snel doorheen gesjeesd zijn. Nu hebben we zogezegd tijd en nog is het wikken en wegen wat wel en wat niet op het programma komt.
Wat we in elk geval niet wilden weglaten zijn de werelderfgoed-grotten van Naracoorte die adhv daar gevonden fossielen een beeld geven van de dieren die 200 à 500 duizend jaar geleden Australië bevolkten… fascinerend.
Na nog wat tussenstops de grens over naar Victoria en op naar de Grampians, in 1999 het eerste park dat we bezochten en we vragen ons af of we er nu nog steeds zo weg van zouden zijn. Wat we verwacht hadden, blijkt ook uit te komen: het blijft een prachtig stuk natuur om in rond te dolen, maar gewenning heeft de betovering voor een groot deel verbroken. Ook de Aboriginal rock-art hier heeft, gezien zijn leeftijd, wel zijn waarde maar is eigenlijk wat zielig.
Nio droomt al lang van een boemerang die echt terugkomt (hun zelfgemaakte vliegt al wel goed weg…) en Finke vroeg zich dan weer af of dat ding dan voor u blijft stilhangen zodat je het weer kan pakken… Onder leiding van zwaar verdund aboriginalbloed leren we de kneepjes van het vak en Nio slaagt erin de boemerang inderdaad terug te laten komen, al is het wel afwachten naar waar juist: het scheelde echt geen haar of Chim was zelf ‘tsjak, kop eraf!’.
Onze drie kleine Aboriginals zijn al goed aan het leven in de natuur aangepast, ze bouwen mooie hutten en staan erop om er in te eten, voor een overnachting passen ze toch nog. Ze pletten ook stenen om kleurstof te maken, scherpen speren die ze dan harden in het vuur en kleven scherpe stenen met hars van de bomen aan een stok om een bijl te maken. Vooral Chim leeft zich helemaal in en vraagt bij alles wat hij ziet springen, kruipen of vliegen of hij het mag ‘spiesen’ of ‘tsjak, kop eraf!’. Zolang we eten genoeg hebben, moeten we hem teleurstellen.
In het volgende park, Murray River NP kamperen we weer helemaal alleen aan een rivier in de bossen, zalig. Tot onze verbazing hebben we er wel internetverbinding en kunnen we skypen met het thuisfront. Op verschillende plaatsen word je hier nog met de auto op een vlot de rivier overgetakeld, het heeft wel iets. Dit is ook de streek van de houseboats, varende luxewoningen, maar wij moeten ons beperken tot langs de kant staan gapen en kwijlen.
Overal, zelfs in een klein dorpje vind je hier speeltuinen en die in Monash wordt door onze kinderen bekroond tot ‘beste speeltuin ooit’, vooral de schommel die je niet in gang moet schommelen doet het goed. Je kruipt met de schommel in de hand op een soort tribune tot de gewenste hoogte (tot een meter of 4 - 5) en springt er dan gewoon op.
We naderen Adelaide, tijd voor het beproefde scenario als we een ‘grootstad’ naderen: via internet een betaalbare camping zoeken (de prijzen zijn soms echt belachelijk hoog), dan vol goede moed met het openbaar vervoer erheen en in het besef dat ook deze stad ons ding niet is weer terug. Wel een aanrader was het ‘Museum of South Australia’, superinteressant, je zou er dagen in kunnen ronddolen. Onze Nio moesten we er dan ook buiten slepen. De zalen over geologie en fossielen in outback SA doen ons beseffen dat we daar tijdens onze eerste reis te snel doorheen gesjeesd zijn. Nu hebben we zogezegd tijd en nog is het wikken en wegen wat wel en wat niet op het programma komt.
Wat we in elk geval niet wilden weglaten zijn de werelderfgoed-grotten van Naracoorte die adhv daar gevonden fossielen een beeld geven van de dieren die 200 à 500 duizend jaar geleden Australië bevolkten… fascinerend.
Na nog wat tussenstops de grens over naar Victoria en op naar de Grampians, in 1999 het eerste park dat we bezochten en we vragen ons af of we er nu nog steeds zo weg van zouden zijn. Wat we verwacht hadden, blijkt ook uit te komen: het blijft een prachtig stuk natuur om in rond te dolen, maar gewenning heeft de betovering voor een groot deel verbroken. Ook de Aboriginal rock-art hier heeft, gezien zijn leeftijd, wel zijn waarde maar is eigenlijk wat zielig.
Nio droomt al lang van een boemerang die echt terugkomt (hun zelfgemaakte vliegt al wel goed weg…) en Finke vroeg zich dan weer af of dat ding dan voor u blijft stilhangen zodat je het weer kan pakken… Onder leiding van zwaar verdund aboriginalbloed leren we de kneepjes van het vak en Nio slaagt erin de boemerang inderdaad terug te laten komen, al is het wel afwachten naar waar juist: het scheelde echt geen haar of Chim was zelf ‘tsjak, kop eraf!’.
woensdag 3 november 2010
krokante kousen
Omdat ne mens nu eenmaal de neiging heeft om over de leuke en mooie dingen te vertellen en de rest een beetje te ‘vergeten’, is het misschien eens tijd om onze reis eens langs de andere kant te bekijken, gedaan met al dat positief gedoe. In Albany beleven we zowat de meest grijze en regenachtige dag van onze reis tot hiertoe. De tenten worden zelfs vanbinnen nat en de sfeer daalt met de temperatuur mee. We duiken onder in Whaleworld, een oude walvisverwerkingsfabriek met harpoenboot, machines, skeletten, enz. Moet nen beestigen business zijn geweest (nog eens eentje voor Willy Vandersteen), maar echt heel interessant en tof ingevuld in de oude fabriek. (sorry, dat was positief.) Als we alles twee maal bezocht hebben en de filmpjes in de silo’s voor walvisolie een paar keer gezien hebben, regent het nog en doen we uit armoede nog een ander museum aan tot sluitingstijd. Dan maar ergens iets gaan eten om toch binnen te zitten tot we onherroepelijk terug naar de tent moeten, waar we om wat op te warmen vanonder een zeil van een kampvuurtje proberen te genieten. ‘s Morgens alles nat inpakken en op naar Esperance. Onderweg spot Nio nog een walvis met kalf in een prachtige blauwe baai (oeps, weer een slippertje) en we kamperen in Lucky Bay, waar we volledig in lijn met dit verhaaltje weer geen geluk hebben met vissen. De grote zeehond die ons komt aangapen zal er wel voor iets tussen zitten.
Voorts heeft onze auto het ‘s morgens al twee maal laten afweten om te starten en zoals het hoort was dat telkens ergens in de broesse waar we helemaal alleen waren. Een beduidende stijging van het stressniveau van sommige deelnemers was onmiskenbaar, maar door de tweede batterij (van de koelkast) met startkabels aan de startbatterij te koppelen geraakten we toch weg.
Een woordje over de muggen is hier ook wel op zijn plaats. Marleen en Finke hun benen hebben al enkele weken vol boebels gestaan. We zijn hier wel om beestjes te zien maar de vliegen (c*t-vliegen of onder ons gekend als ‘cutties’ zijn zondermeer ELLENDE… ). Ze buzzen constant rond uw kop en tot in uw oren, kruipen in uw ogen en mondhoeken en kriebelen zó dat je er compleet seniel van zou worden. De opdringerige beesten zijn soms met zovelen dat ze (als ware het hier een democratie) mee bepalen of we ergens nog een dag blijven of uit miserie toch maar ophoepelen.
Dan het gerief: als je vijf mensen plus alle spullen voor een jaar in één auto steekt, zakt de moed soms in de schoenen als je iets bepaald nodig hebt dat ergens achterin zit. Als we na een ritje de koffer opentrekken, vindt een zowat tot ritueel verworden graviteitstest plaats.
Een ander gevoelig punt is vuile kleren. In dit land van stenen, stof en zand is alles al kamperend snel vuil en kapot, zeker bij de kinderen maar die storen er zich totaal niet aan. Soms lijken we wel ‘familie Flodder in Australië’. Ma Flodder heeft het vaak moeilijk om zich in haar rol in te leven en gruwelt dan ook als Nio breed lachend meldt dat zijn kousen ‘weer heerlijk krokant zijn’! (De krokante kousen … Willy?)
Een ander minpuntje is dat we een paar keer ergens zijn weggejaagd, ondanks dat het over verlaten plekken gaat. Op 4 maanden tijd valt dat wel mee, maar het blijft zeer on-Australisch. Vooral aan de Westkust word je haast gedwongen om mee in een caravanparc geperst te worden. Voor een land met zoveel ruimte is het ontstellend hoeveel mensen zich gedwee op enkele vierkante meters laten oplijnen en er dan nog veel geld voor betalen ook. Langs de andere kant is alles vrij laten ook niet evident gezien de enorme toename van het aantal toeristen, tegenover de eerste keer dat we hier waren is het verschil duidelijk merkbaar. Een aantal verknalt het dan ook grondig door vuilnis gewoon op de grond te gooien, op één kampeerplek hebben we meer dan 20 kroonkurken in de vuilbak geworpen en minstens evenveel stukken glas. Soms komen we van een wandeling naar een idyllische waterval terug met een zakje vol PET-flessen, sleffers en andere troep… te irritant om te laten liggen.
Doch dit geheel terzijde, terug naar onze trip, waar we van west naar oost doorsteken, 1200km rechtdoor, o.a. over de Nullabor-vlakte bekend voor zijn grotten waar je niet in mag en meteorietdeeltjes die je niet vindt. Volgens de toeristische blaadjes: ’One of the exciting great road trips in the world’ en ’The Nullabor is a must do for any traveler’. Omdat we u deze memorabele road trip niet willen onthouden, hebben we een kleine fotoreportage gemaakt. Als je naar elke foto een dik half uur kijkt alvorens naar de volgende te gaan, krijg je een redelijk goed beeld van het ‘excitement’ dat ons te beurt viel. De afstand, tot daar, maar de hindernisloze saaiheid van rechtdoorasfalt …
Voorts heeft onze auto het ‘s morgens al twee maal laten afweten om te starten en zoals het hoort was dat telkens ergens in de broesse waar we helemaal alleen waren. Een beduidende stijging van het stressniveau van sommige deelnemers was onmiskenbaar, maar door de tweede batterij (van de koelkast) met startkabels aan de startbatterij te koppelen geraakten we toch weg.
Een woordje over de muggen is hier ook wel op zijn plaats. Marleen en Finke hun benen hebben al enkele weken vol boebels gestaan. We zijn hier wel om beestjes te zien maar de vliegen (c*t-vliegen of onder ons gekend als ‘cutties’ zijn zondermeer ELLENDE… ). Ze buzzen constant rond uw kop en tot in uw oren, kruipen in uw ogen en mondhoeken en kriebelen zó dat je er compleet seniel van zou worden. De opdringerige beesten zijn soms met zovelen dat ze (als ware het hier een democratie) mee bepalen of we ergens nog een dag blijven of uit miserie toch maar ophoepelen.
Dan het gerief: als je vijf mensen plus alle spullen voor een jaar in één auto steekt, zakt de moed soms in de schoenen als je iets bepaald nodig hebt dat ergens achterin zit. Als we na een ritje de koffer opentrekken, vindt een zowat tot ritueel verworden graviteitstest plaats.
Een ander gevoelig punt is vuile kleren. In dit land van stenen, stof en zand is alles al kamperend snel vuil en kapot, zeker bij de kinderen maar die storen er zich totaal niet aan. Soms lijken we wel ‘familie Flodder in Australië’. Ma Flodder heeft het vaak moeilijk om zich in haar rol in te leven en gruwelt dan ook als Nio breed lachend meldt dat zijn kousen ‘weer heerlijk krokant zijn’! (De krokante kousen … Willy?)
Een ander minpuntje is dat we een paar keer ergens zijn weggejaagd, ondanks dat het over verlaten plekken gaat. Op 4 maanden tijd valt dat wel mee, maar het blijft zeer on-Australisch. Vooral aan de Westkust word je haast gedwongen om mee in een caravanparc geperst te worden. Voor een land met zoveel ruimte is het ontstellend hoeveel mensen zich gedwee op enkele vierkante meters laten oplijnen en er dan nog veel geld voor betalen ook. Langs de andere kant is alles vrij laten ook niet evident gezien de enorme toename van het aantal toeristen, tegenover de eerste keer dat we hier waren is het verschil duidelijk merkbaar. Een aantal verknalt het dan ook grondig door vuilnis gewoon op de grond te gooien, op één kampeerplek hebben we meer dan 20 kroonkurken in de vuilbak geworpen en minstens evenveel stukken glas. Soms komen we van een wandeling naar een idyllische waterval terug met een zakje vol PET-flessen, sleffers en andere troep… te irritant om te laten liggen.
Doch dit geheel terzijde, terug naar onze trip, waar we van west naar oost doorsteken, 1200km rechtdoor, o.a. over de Nullabor-vlakte bekend voor zijn grotten waar je niet in mag en meteorietdeeltjes die je niet vindt. Volgens de toeristische blaadjes: ’One of the exciting great road trips in the world’ en ’The Nullabor is a must do for any traveler’. Omdat we u deze memorabele road trip niet willen onthouden, hebben we een kleine fotoreportage gemaakt. Als je naar elke foto een dik half uur kijkt alvorens naar de volgende te gaan, krijg je een redelijk goed beeld van het ‘excitement’ dat ons te beurt viel. De afstand, tot daar, maar de hindernisloze saaiheid van rechtdoorasfalt …
dinsdag 19 oktober 2010
Cadel Who?
We trekken naar Dryandra Woodlands: het verlengde weekend is voorbij en we staan er bijna alleen op een camping. We zien er echidna’s, skinks, massa’s kangoeroes en als we in het donker een wandeling met de zaklampen gaan doen, komen we possums tegen met een kleintje op de rug. Ze klimmen de bomen in en kruipen er met de kop naar beneden weer uit.
Hier blijven we langer staan, het is er zalig kamperen en ‘s avonds volgen we een geleide tour door een domein waar ze bedreigde nachtdieren houden om later weer uit te zetten. Hopelijk krijgt men het aantal wilde katten, honden en vossen onder controle door het giftig aas dat op vele plaatsen in Western Australia is geplaatst. We krijgen bilbies, rufus hare wallabies en brushtailed possums te zien, vooral de bilby is schattig.
De trip verder naar het zuiden is bewolkt en soms in druilerige regen als we de reuze bomen rond Pemberton verkennen. In sommige kan je tot 75 meter hoog klimmen op pinnen die in spiraalvorm in de stam zijn aangebracht. Niet voor kinderen staat er op het bord en het protest van onze kleine medereizigers verdwijnt spoedig als we ze eens tot de tiende trede laten klimmen. Chim sjoemelt zelfs een beetje, bij de zevende trede heeft hij al tot tien geteld en je ziet aan zijn oogjes dat het hoog genoeg is. Lieven gaat tot boven en het is echt hoog om in de wind op een pin in een boom te staan, met een deltavleugel een berg af lopen is minder akelig.
Dan is het zover: wereldkampioenschap wielrennen in Australië en wij zitten spijtig genoeg aan de verkeerde kant van het land. De Tour De France is hier al ongemerkt voorbij gegaan, nu op zoek naar een TV. Moet je eens proberen: in AU een pub binnenstappen, waar de ‘blokes’ naar de finale van de football (rugby) aan het kijken zijn, en vragen of je het WK cycling kan zien !!! ‘Wha-da-ya mean, mate?’ Moet zoiets zijn als wanneer ik naar de tour aan het kijken ben en er komt iemand vragen of hij naar cricket kan kijken. Met de man achter de toog het programmaboekje nagekeken en het werd zelfs niet live uitgezonden… deportatie naar hier moest inderdaad een genadeloos strenge straf zijn geweest!
We rijden verder naar het zuiden tot we op de Zuidelijke Oceaan stuiten, er is waanzinnig veel wind en de blauwgroene golven spatten metershoog op. Machtig. We zoeken beschutting in Parry Beach, in een baai waar de dagen bestaan uit: eten - school (Chim houdt een vurig pleidooi om krabbenvangen in het lessenpakket op te nemen) - eten - strand - eten - kampvuur. Onze gasten vinden het super, maar soms denk ik dat wij er niet voldoende van genieten. Er zijn natuurlijk een hoop kleine dingen te doen en te regelen die niet in dit lijstje voorkomen en toch moeten gebeuren…Anyway, de herinneringen later zullen van deze kleine beslommeringen ontdaan zijn en dan blijft er enkel een prachtige tijd over.
Hier blijven we langer staan, het is er zalig kamperen en ‘s avonds volgen we een geleide tour door een domein waar ze bedreigde nachtdieren houden om later weer uit te zetten. Hopelijk krijgt men het aantal wilde katten, honden en vossen onder controle door het giftig aas dat op vele plaatsen in Western Australia is geplaatst. We krijgen bilbies, rufus hare wallabies en brushtailed possums te zien, vooral de bilby is schattig.
De trip verder naar het zuiden is bewolkt en soms in druilerige regen als we de reuze bomen rond Pemberton verkennen. In sommige kan je tot 75 meter hoog klimmen op pinnen die in spiraalvorm in de stam zijn aangebracht. Niet voor kinderen staat er op het bord en het protest van onze kleine medereizigers verdwijnt spoedig als we ze eens tot de tiende trede laten klimmen. Chim sjoemelt zelfs een beetje, bij de zevende trede heeft hij al tot tien geteld en je ziet aan zijn oogjes dat het hoog genoeg is. Lieven gaat tot boven en het is echt hoog om in de wind op een pin in een boom te staan, met een deltavleugel een berg af lopen is minder akelig.
Dan is het zover: wereldkampioenschap wielrennen in Australië en wij zitten spijtig genoeg aan de verkeerde kant van het land. De Tour De France is hier al ongemerkt voorbij gegaan, nu op zoek naar een TV. Moet je eens proberen: in AU een pub binnenstappen, waar de ‘blokes’ naar de finale van de football (rugby) aan het kijken zijn, en vragen of je het WK cycling kan zien !!! ‘Wha-da-ya mean, mate?’ Moet zoiets zijn als wanneer ik naar de tour aan het kijken ben en er komt iemand vragen of hij naar cricket kan kijken. Met de man achter de toog het programmaboekje nagekeken en het werd zelfs niet live uitgezonden… deportatie naar hier moest inderdaad een genadeloos strenge straf zijn geweest!
We rijden verder naar het zuiden tot we op de Zuidelijke Oceaan stuiten, er is waanzinnig veel wind en de blauwgroene golven spatten metershoog op. Machtig. We zoeken beschutting in Parry Beach, in een baai waar de dagen bestaan uit: eten - school (Chim houdt een vurig pleidooi om krabbenvangen in het lessenpakket op te nemen) - eten - strand - eten - kampvuur. Onze gasten vinden het super, maar soms denk ik dat wij er niet voldoende van genieten. Er zijn natuurlijk een hoop kleine dingen te doen en te regelen die niet in dit lijstje voorkomen en toch moeten gebeuren…Anyway, de herinneringen later zullen van deze kleine beslommeringen ontdaan zijn en dan blijft er enkel een prachtige tijd over.
donderdag 14 oktober 2010
versleten benen
We rijden via een leuke camping aan het strand en de Pinnacles naar Yanchep NP, waar we voor de eerste keer koala’s te zien krijgen, zij het niet in het wild. Wel heel leerzaam, er ligt ook een tros kangoeroes in de zon te luieren en Nio ontdekt langnekschildpadden in het meertje.
Dan op naar Perth, de eerste echt grote stad die we op onze reis tegenkomen.
In het wild kamperen wordt stilaan problematisch tot onmogelijk en we zetten onze tenten op voor een weekje camping ten noorden van de stad. Mijn eerste actie daar is als een volleerde Mozes een pikket in de grond prikken en een bronnetje zien ontstaan!? Een kunststof leiding op maar 10 cm diepte, zo bleek.
Ons Finke verjaart en kan eindelijk het kadootje van Oma en Opa opendoen, waarmee ze onmiddellijk aan de slag gaat. Nio en Chim hebben iets geknutseld en ze krijgt ook een ‘Leatherman’ (elk zakmes noemt zo voor hen), waar ze al zo lang van droomt. Nio had er één van nonkel Johan gekregen en hier op reis vinden ze dat zowat het hoogste goed. Hun ultieme droom is een ‘Leatherman met alles in’ en die ‘alles’ mag je letterkijk nemen: ne fiets, eten, werkgerief, een huis, vuur, …
We hebben over Perth al lovende woorden gehoord en gaan met het openbaar vervoer op verkenning… dat valt wat tegen. Ook het door onze buurman op de camping de hoogte in geprezen ‘Kings Park’, wordt door ons Finke onmiddellijk naar waarde geschat: ‘Beautiful, beautiful ? Het stomste park ooit, mijn benen verslijten hier voor niks!!‘ We kunnen haar moeilijk ongelijk geven, na de wilde natuur gaat een grotendeels aangelegd park er moeilijk in.
Daar kunnen de Aussies wel wat van: de meeste ‘bezienswaardigheden’ worden van een adjectief voorzien: beautiful, amazing, stunning, … of historic, want reeds een goede eeuw oud. Anyway het is wel goed dat er nu meer zorg wordt besteed aan het erfgoed van tijdens de Britse deportaties van criminelen hierheen. Er is al teveel verdwenen waarvan Fort Macquarie in Sydney mijn persoonlijke favoriet zou zijn om te bezoeken. Helaas al lang verdwenen, op die plek kunnen we nu het Opera House bewonderen.
Vanaf Perth varen we met een boot, vergezeld van twee dolfijnen, de Swan River af om in de buurt van Rottnest Island bultrugwalvissen te gaan bewonderen. We krijgen er wel enkele te zien, maar heel actief zijn ze niet. De boot zet ons af voor een namiddagje Fremantle en bovenaan ons lijstje staat het Shipwreck Museum met de overblijfselen van de Batavia. Tof om aan de andere kant van de wereld teksten in het (oud) Nederlands te kunnen lezen. We zien er ook heel herkenbare dingen zoals een ets van de stad Veere, kaarten van de Schelde en het Veerse Meer toen het nog niet afgesloten was van de zee. Chim is doodmoe en valt op een zeteltje in slaap en wordt dromend buiten gedragen naar de boot richting Perth.
Wanneer we Perth verlaten is het blijkbaar verlengd weekend, en vermits kamperen hier een nationale sport is, is het in de parken in de buurt heel druk.
In de buurt van Lane Pool NP zitten we ‘s avonds samen met toffe mensen aan het kampvuur: een ex-militair met een mes zó groot dat hij tegen Crocodile Dundee zou kunnen zeggen: ‘You call that a knife?’. De kinderen gapen er vol bewondering naar en vooral Chim vindt in hem een compagnon om fakkels te maken met kaarsvet.
Van zijn werk in de telecom-sector heeft hij een GSM waarmee hij gratis telefoneert en hij laat de kinderen naar huis bellen. Dus krijgt Voke al enkele dagen op voorhand een telefoontje om hem een gelukkige 70 ste verjaardag te wensen. De schoonvader van de ex-militair is Schots en dat taaltje is zondermeer heerlijk om naar te luisteren. Een supergezellige avond !
Dan op naar Perth, de eerste echt grote stad die we op onze reis tegenkomen.
In het wild kamperen wordt stilaan problematisch tot onmogelijk en we zetten onze tenten op voor een weekje camping ten noorden van de stad. Mijn eerste actie daar is als een volleerde Mozes een pikket in de grond prikken en een bronnetje zien ontstaan!? Een kunststof leiding op maar 10 cm diepte, zo bleek.
Ons Finke verjaart en kan eindelijk het kadootje van Oma en Opa opendoen, waarmee ze onmiddellijk aan de slag gaat. Nio en Chim hebben iets geknutseld en ze krijgt ook een ‘Leatherman’ (elk zakmes noemt zo voor hen), waar ze al zo lang van droomt. Nio had er één van nonkel Johan gekregen en hier op reis vinden ze dat zowat het hoogste goed. Hun ultieme droom is een ‘Leatherman met alles in’ en die ‘alles’ mag je letterkijk nemen: ne fiets, eten, werkgerief, een huis, vuur, …
We hebben over Perth al lovende woorden gehoord en gaan met het openbaar vervoer op verkenning… dat valt wat tegen. Ook het door onze buurman op de camping de hoogte in geprezen ‘Kings Park’, wordt door ons Finke onmiddellijk naar waarde geschat: ‘Beautiful, beautiful ? Het stomste park ooit, mijn benen verslijten hier voor niks!!‘ We kunnen haar moeilijk ongelijk geven, na de wilde natuur gaat een grotendeels aangelegd park er moeilijk in.
Daar kunnen de Aussies wel wat van: de meeste ‘bezienswaardigheden’ worden van een adjectief voorzien: beautiful, amazing, stunning, … of historic, want reeds een goede eeuw oud. Anyway het is wel goed dat er nu meer zorg wordt besteed aan het erfgoed van tijdens de Britse deportaties van criminelen hierheen. Er is al teveel verdwenen waarvan Fort Macquarie in Sydney mijn persoonlijke favoriet zou zijn om te bezoeken. Helaas al lang verdwenen, op die plek kunnen we nu het Opera House bewonderen.
Vanaf Perth varen we met een boot, vergezeld van twee dolfijnen, de Swan River af om in de buurt van Rottnest Island bultrugwalvissen te gaan bewonderen. We krijgen er wel enkele te zien, maar heel actief zijn ze niet. De boot zet ons af voor een namiddagje Fremantle en bovenaan ons lijstje staat het Shipwreck Museum met de overblijfselen van de Batavia. Tof om aan de andere kant van de wereld teksten in het (oud) Nederlands te kunnen lezen. We zien er ook heel herkenbare dingen zoals een ets van de stad Veere, kaarten van de Schelde en het Veerse Meer toen het nog niet afgesloten was van de zee. Chim is doodmoe en valt op een zeteltje in slaap en wordt dromend buiten gedragen naar de boot richting Perth.
Wanneer we Perth verlaten is het blijkbaar verlengd weekend, en vermits kamperen hier een nationale sport is, is het in de parken in de buurt heel druk.
In de buurt van Lane Pool NP zitten we ‘s avonds samen met toffe mensen aan het kampvuur: een ex-militair met een mes zó groot dat hij tegen Crocodile Dundee zou kunnen zeggen: ‘You call that a knife?’. De kinderen gapen er vol bewondering naar en vooral Chim vindt in hem een compagnon om fakkels te maken met kaarsvet.
Van zijn werk in de telecom-sector heeft hij een GSM waarmee hij gratis telefoneert en hij laat de kinderen naar huis bellen. Dus krijgt Voke al enkele dagen op voorhand een telefoontje om hem een gelukkige 70 ste verjaardag te wensen. De schoonvader van de ex-militair is Schots en dat taaltje is zondermeer heerlijk om naar te luisteren. Een supergezellige avond !
vrijdag 1 oktober 2010
ready about? (klaar om te wenden?)
Een van de lessen hier was haken en ondertussen is de verslaving ingetreden. De bolletjes wol liggen naast het bed en ‘s morgens beginnen ze te haken om na het eten weer verder te doen en in de auto verder en … De eerste 10.000 km in AU zitten er intussen op. We maken nog een mooie wandeling in Kalbari NP om dan naar Geraldton te rijden voor een weekje ‘rust’ op een camping. Het is er vergane glorie, maar voor ons is het luxe: niet rijden, niet in-en uitpakken, geen tenten afbreken en weer opzetten; maar wel warme douches, eens skypen met het thuisfront (en een to do lijstje afwerken).
De dag dat we daar vertrekken, je raadt het nooit, regent het. Nat gerief, maar we hadden een museum gepland en dat is nu eenmaal museumweer. Voor deze kust is de Batavia van de VOC vergaan, een boeiend (en schandalig) verhaal. Een aantal jaren geleden hebben we in Lelystad de replica van de Batavia bezocht en dit museum is een ongelooflijk interessante aanvulling.
In het water voor het museum ligt een replica van de longboot van de Batavia, een 10,5 meter lang houten zeilschip dat bij de Batavia hoorde. Als we ‘s middags daar aan het water aan het eten zijn, komen er drie mannen het schip optuigen: tijd voor een interessant babbeltje. Jeff blijkt president te zijn van een vereniging voor de conservatie van de replica en Vince is penningmeester. De heren zijn gepassioneerd door oude schepen en ideale gesprekspartners over de maritieme geschiedenis van AU. Of we geen zin hebben om mee te zeilen? Lieven droomt er al lang van om eens met zo’n groot 17 de eeuws schip te zeilen, maar een tocht met het kleine broertje is ook niet te versmaden en zeker niet in de blauwe wateren van de Australische westkust, waar de Nederlandse schepen zoveel misere hebben gekend (maar toch evengoed Captain Cook dik 150 jaar voor waren).
Marleen kiest voor de vaste grond onder de voeten (er hadden toch wel enkele tante Wissen aan te pas gekomen om haar er mee in te krijgen). De overige vier stappen aan boord én een kleine vier eeuwen terug in de tijd. Er wordt zelfs een Nederlandse vlag gehesen. Onderweg werken we mee: de zijzwaarden bedienen (stevig sleuren), water hozen, aan het roer staan,… met een beetje fantasie zijn we zoals Mary Bryant van Botany Bay naar Timor aan het varen.
Onderweg komen we nog vlakbij zeehonden tegen en dat allemaal in het zonnetje… om nooit te vergeten.
De dag dat we daar vertrekken, je raadt het nooit, regent het. Nat gerief, maar we hadden een museum gepland en dat is nu eenmaal museumweer. Voor deze kust is de Batavia van de VOC vergaan, een boeiend (en schandalig) verhaal. Een aantal jaren geleden hebben we in Lelystad de replica van de Batavia bezocht en dit museum is een ongelooflijk interessante aanvulling.
In het water voor het museum ligt een replica van de longboot van de Batavia, een 10,5 meter lang houten zeilschip dat bij de Batavia hoorde. Als we ‘s middags daar aan het water aan het eten zijn, komen er drie mannen het schip optuigen: tijd voor een interessant babbeltje. Jeff blijkt president te zijn van een vereniging voor de conservatie van de replica en Vince is penningmeester. De heren zijn gepassioneerd door oude schepen en ideale gesprekspartners over de maritieme geschiedenis van AU. Of we geen zin hebben om mee te zeilen? Lieven droomt er al lang van om eens met zo’n groot 17 de eeuws schip te zeilen, maar een tocht met het kleine broertje is ook niet te versmaden en zeker niet in de blauwe wateren van de Australische westkust, waar de Nederlandse schepen zoveel misere hebben gekend (maar toch evengoed Captain Cook dik 150 jaar voor waren).
Marleen kiest voor de vaste grond onder de voeten (er hadden toch wel enkele tante Wissen aan te pas gekomen om haar er mee in te krijgen). De overige vier stappen aan boord én een kleine vier eeuwen terug in de tijd. Er wordt zelfs een Nederlandse vlag gehesen. Onderweg werken we mee: de zijzwaarden bedienen (stevig sleuren), water hozen, aan het roer staan,… met een beetje fantasie zijn we zoals Mary Bryant van Botany Bay naar Timor aan het varen.
Onderweg komen we nog vlakbij zeehonden tegen en dat allemaal in het zonnetje… om nooit te vergeten.
who let the dog out?
Het is een gezellige boel op de camping, links naast ons staat een blinde schilder die voor zijn zicht op zijn hond vertrouwt (en tegen de vrouwen zegt hoe goed ze eruit zien die dag…).
Rechts staan Bob en Wendy (idd zoals in de tekenfilm), kei-gezellige mensen van wie we eens met hun kajak mogen gaan varen. Nio, Finke en Lieven roeien een eindje weg, naar de andere kant van de baai, en tegen dat we terug komen staat Bob naar zijn haar te wijzen… grijs geworden door ons, beweert hij. Hij kon ons op den duur niet meer zien en was een verrekijker gaan zoeken om de ongerustheid van zich af te speuren.
Ondanks het matige weer gaan we snorkelen en zien papegaaivissen, pijlstaartroggen, nemo, koffervisjes, zeekomkommers, een octopus die onmiddellijk in het omliggende koraal opgaat,…
’s Avonds komen er aan de camping vissers aan land die hun vangst daar dan kuisen… prime-time voor de kinderen. We krijgen een gefileerde keizersvis van de vriendelijke (en enigszins beschonken) vissers en die was echt lekker.
Nio ontdekt bij de toiletten 3 redback spiders en komt dat vol enthousiasme bij de tent proclameren. Zeer giftige spinnen ! Er wordt bij de toiletten elke avond ook een kakkerlakkenjacht met de hamer gehouden… en steeds mét succes.
Op een gegeven moment zien we als in een Monty Python-achtige scene onze blinde buurman, met zijn stok het strand aftastend, roepen op zijn hond die ervandoor is…
We blijven hier uiteindelijk 5 nachten en zien zowat elke avond vele kangoeroes en emus. Op naar Coral Bay waar we met een glasbodemboot het koraal gaan verkennen. Gelukkig zijn er buiten ons maar twee andere mensen aan boord want de begeleider komt vaak niet boven de verwonderde kreten van onze gasten uit. We zien dolfijnen en zeeschildpadden en snorkelen door een prachtig decor. Hiervan moeten we u (en onszelf) de foto's onthouden, onze waterdichte (ahum) camera heeft de snorkelsessies niet goed verteerd en vertoont labiel, overwegend vozend gedrag. Maar zoals Nio het zegt: "er zitten foto's en filmkes in mijn kop en ik kan ernaar kijken wanneer ik wil."
En dan is het zover: nationale traumadag ! In België altijd al weken op voorhand aangekondigd door irritante ‘back to school’ reclame (een sperperiode zou hier zeker op zijn plaats zijn om blijvende mentale schade bij weerloze kindertjes te vermijden). Voor de eerste keer in mijn leven géén 1 september gevoel !! De remedie: wit strand, zon, blauwe zee en dolfijnen voorbij zien zwemmen. Monkey Mia is supertoeristisch maar een onvermijdelijke stop met kinderen. Chim, Finke en Nio mogen een vis aan de dolfijnen geven en zijn weer een ervaring rijker.
Rechts staan Bob en Wendy (idd zoals in de tekenfilm), kei-gezellige mensen van wie we eens met hun kajak mogen gaan varen. Nio, Finke en Lieven roeien een eindje weg, naar de andere kant van de baai, en tegen dat we terug komen staat Bob naar zijn haar te wijzen… grijs geworden door ons, beweert hij. Hij kon ons op den duur niet meer zien en was een verrekijker gaan zoeken om de ongerustheid van zich af te speuren.
Ondanks het matige weer gaan we snorkelen en zien papegaaivissen, pijlstaartroggen, nemo, koffervisjes, zeekomkommers, een octopus die onmiddellijk in het omliggende koraal opgaat,…
’s Avonds komen er aan de camping vissers aan land die hun vangst daar dan kuisen… prime-time voor de kinderen. We krijgen een gefileerde keizersvis van de vriendelijke (en enigszins beschonken) vissers en die was echt lekker.
Nio ontdekt bij de toiletten 3 redback spiders en komt dat vol enthousiasme bij de tent proclameren. Zeer giftige spinnen ! Er wordt bij de toiletten elke avond ook een kakkerlakkenjacht met de hamer gehouden… en steeds mét succes.
Op een gegeven moment zien we als in een Monty Python-achtige scene onze blinde buurman, met zijn stok het strand aftastend, roepen op zijn hond die ervandoor is…
We blijven hier uiteindelijk 5 nachten en zien zowat elke avond vele kangoeroes en emus. Op naar Coral Bay waar we met een glasbodemboot het koraal gaan verkennen. Gelukkig zijn er buiten ons maar twee andere mensen aan boord want de begeleider komt vaak niet boven de verwonderde kreten van onze gasten uit. We zien dolfijnen en zeeschildpadden en snorkelen door een prachtig decor. Hiervan moeten we u (en onszelf) de foto's onthouden, onze waterdichte (ahum) camera heeft de snorkelsessies niet goed verteerd en vertoont labiel, overwegend vozend gedrag. Maar zoals Nio het zegt: "er zitten foto's en filmkes in mijn kop en ik kan ernaar kijken wanneer ik wil."
En dan is het zover: nationale traumadag ! In België altijd al weken op voorhand aangekondigd door irritante ‘back to school’ reclame (een sperperiode zou hier zeker op zijn plaats zijn om blijvende mentale schade bij weerloze kindertjes te vermijden). Voor de eerste keer in mijn leven géén 1 september gevoel !! De remedie: wit strand, zon, blauwe zee en dolfijnen voorbij zien zwemmen. Monkey Mia is supertoeristisch maar een onvermijdelijke stop met kinderen. Chim, Finke en Nio mogen een vis aan de dolfijnen geven en zijn weer een ervaring rijker.
zondag 12 september 2010
Karijini NP
Karijini NP was super.
In de voormiddag een toffe wandeling en in de namiddag op vraag van de kinderen nog één!! Het zijn dan ook allesbehalve saaie wandelingen. Er zijn verschillende kloven van bovenuit en van binnenuit te verkennen.
Lange tijd slagen we erin de voeten droog te houden, maar op een gegeven moment is het kiezen: het koude water in of einde wandeling. Onder het motto ‘de watjes moeten eraf’ waden we zover als mogelijk is door de kloven. Op sommige stukken is het zelfs zwemmen. Dat heeft dan meer weg van canyoning voor beginners dan van wandelen.
De gasten vinden het heerlijk spannend, achter elke bocht is er weer een andere hindernis: een smalle strook rotsen om over te lopen, een pool om door te waden, een waterval om langs af te dalen, een richel waar je enkel kruipend door kan,… Het is koud water, maar prachtig.
Ons Finke laat zich met bibberende onderlip ontvallen dat dit ‘de bbeste wwwandeling ooooit’ is. Wanneer je enkel met klimgerief verder kan, moeten we terug langs dezelfde weg maar hier is dat nooit saai.
Voor Chim is alles in verhouding dieper, maar waar de andere twee aarzelen wegens te koud,gaat hij er gewoon voor. Door de andere twee wordt hij dan ‘den beer’ genoemd wat hij zich stoer laat welgevallen. Ook het zwemmen gaat al goed bij Chim, zij het nog met bandjes.
We hebben de dagen met het beste weer gehad in Karijini; als we vertrekken is het zwaarbewolkt. De volgende nacht op een rest area begint het te regenen en het blijft dat doen tot de volgende middag. Grijs, grauw, wind, regen,… op een aantal plekken loopt het water op den duur door de stiksels de tent binnen. Deze tenten zijn dan ook niet voor belgisch weer gemaakt. Gelukkig slapen Marleen en de kids erdoor maar ik lig de helft van de nacht wakker van het geflapper van onze tent. Het lijkt wel of we liggen te slapen op het dek van een zeilschip dat constant overstag gaat. Uren en uren van verveling en opstaan is geen optie (anders nog de giek tegen mijn hoofd…).
Na een voormiddag van spelletjes in een natte tent benutten we de eerste moment dat het niet regent om zo snel mogelijk alles nat in te pakken en weg te wezen.
Rijden is nu een verademing, want we zitten droog en warm.
Op weg naar Exmouth en Cape Range NP, waar we met veel geluk nog een plekje op een camping in het Nationaal Park vinden, aan het strand.
We zetten de tenten nu volledig op zodat we bij slecht weer toch wat ruimte hebben. Hier beginnen we, een week vroeger dan in België, aan het nieuwe schooljaar. Ze beginnen meestal wel enthousiast maar ze moeten geregeld aangespoord worden om verder te doen.
In de voormiddag een toffe wandeling en in de namiddag op vraag van de kinderen nog één!! Het zijn dan ook allesbehalve saaie wandelingen. Er zijn verschillende kloven van bovenuit en van binnenuit te verkennen.
Lange tijd slagen we erin de voeten droog te houden, maar op een gegeven moment is het kiezen: het koude water in of einde wandeling. Onder het motto ‘de watjes moeten eraf’ waden we zover als mogelijk is door de kloven. Op sommige stukken is het zelfs zwemmen. Dat heeft dan meer weg van canyoning voor beginners dan van wandelen.
De gasten vinden het heerlijk spannend, achter elke bocht is er weer een andere hindernis: een smalle strook rotsen om over te lopen, een pool om door te waden, een waterval om langs af te dalen, een richel waar je enkel kruipend door kan,… Het is koud water, maar prachtig.
Ons Finke laat zich met bibberende onderlip ontvallen dat dit ‘de bbeste wwwandeling ooooit’ is. Wanneer je enkel met klimgerief verder kan, moeten we terug langs dezelfde weg maar hier is dat nooit saai.
Voor Chim is alles in verhouding dieper, maar waar de andere twee aarzelen wegens te koud,gaat hij er gewoon voor. Door de andere twee wordt hij dan ‘den beer’ genoemd wat hij zich stoer laat welgevallen. Ook het zwemmen gaat al goed bij Chim, zij het nog met bandjes.
We hebben de dagen met het beste weer gehad in Karijini; als we vertrekken is het zwaarbewolkt. De volgende nacht op een rest area begint het te regenen en het blijft dat doen tot de volgende middag. Grijs, grauw, wind, regen,… op een aantal plekken loopt het water op den duur door de stiksels de tent binnen. Deze tenten zijn dan ook niet voor belgisch weer gemaakt. Gelukkig slapen Marleen en de kids erdoor maar ik lig de helft van de nacht wakker van het geflapper van onze tent. Het lijkt wel of we liggen te slapen op het dek van een zeilschip dat constant overstag gaat. Uren en uren van verveling en opstaan is geen optie (anders nog de giek tegen mijn hoofd…).
Na een voormiddag van spelletjes in een natte tent benutten we de eerste moment dat het niet regent om zo snel mogelijk alles nat in te pakken en weg te wezen.
Rijden is nu een verademing, want we zitten droog en warm.
Op weg naar Exmouth en Cape Range NP, waar we met veel geluk nog een plekje op een camping in het Nationaal Park vinden, aan het strand.
We zetten de tenten nu volledig op zodat we bij slecht weer toch wat ruimte hebben. Hier beginnen we, een week vroeger dan in België, aan het nieuwe schooljaar. Ze beginnen meestal wel enthousiast maar ze moeten geregeld aangespoord worden om verder te doen.
dinsdag 24 augustus 2010
witte regen
Van de ene dag op de andere hield onze airco ermee op…in een land waar airco nauwelijks nog een optie te noemen is (de moderne ontdekkingsreiziger hé: watje!), laten we hem repareren in Broome. Van de rekening moesten we wel 2 of 3 keer slikken… Omdat heel Broome nogal duur is, trekken we wat noordelijker om ergens in de duinen te kamperen: een paradijs op aarde (voor wie zand met schelpjes lust). Voor de rest is het de complete antipode van Blankenberge: mooi zandstrand, blauwe zee en geen drukte. Gedurende de drie dagen dat we daar staan hebben we meestal het complete strand voor onszelf.
De kinderen hebben een soort dierentuin aangelegd van levende zeediertjes: zeeslakken, zeeschelpen die zichzelf in het zand trekken, zeesterren, heremietkreeftjes zo groot als Chim zijn vuist (daar hadden ze nog het meeste werk mee - die kropen steeds weg, een fietsbandspoor achterlatend).
Bij het vertrek rijden we ons nog vast in de duinen, maar met wat schupwerk geraken we er in ‘low’ weer uit.
We reizen nu door de Pilbara, een ruige, desolate streek waar zich van de grootste mijnen voor ijzererts ter wereld bevinden: impressionant. Camions met banden die een stuk hoger zijn dan onze Landcruiser (met bagage erop) en kilometerslange treinslierten (volgens onze laatste telling 236 wagonnetjes, getrokken door drie locomotieven) die ijzererts naar de haven brengen.
We overnachten in Millstream NP aan een rivier waar we ook eens kunnen gaan kanovaren. We hebben ‘Ray Mears’ limonade gemaakt met vruchten van de boab: de noten kraken en het witte vruchtvlees verpulveren, oplossen in warm water en proeven, waarna de Ray onveranderlijk pleegt te zeggen “Hmm, very good” Yeah right Ray, be honest! denkt de kijker dan. Nu het was niet slecht maar ook niet lekker. Wel zwaar en het zou veel vitamine C bevatten. Wij vinden het vruchtvlees droog toch beter.
‘s Morgens komen hier honderden - misschien wel duizend - kaketoes aangevlogen met een hels gekrijs, waarna ze in de boomtoppen boven de camping gaan zitten om pas bij zonsondergang met evenveel kabaal weer te vertrekken. Prijsvraag van deze week: wat is witte regen ??
Tip: het gehalte KNO3 is significant.
De kinderen hebben een soort dierentuin aangelegd van levende zeediertjes: zeeslakken, zeeschelpen die zichzelf in het zand trekken, zeesterren, heremietkreeftjes zo groot als Chim zijn vuist (daar hadden ze nog het meeste werk mee - die kropen steeds weg, een fietsbandspoor achterlatend).
Bij het vertrek rijden we ons nog vast in de duinen, maar met wat schupwerk geraken we er in ‘low’ weer uit.
We reizen nu door de Pilbara, een ruige, desolate streek waar zich van de grootste mijnen voor ijzererts ter wereld bevinden: impressionant. Camions met banden die een stuk hoger zijn dan onze Landcruiser (met bagage erop) en kilometerslange treinslierten (volgens onze laatste telling 236 wagonnetjes, getrokken door drie locomotieven) die ijzererts naar de haven brengen.
We overnachten in Millstream NP aan een rivier waar we ook eens kunnen gaan kanovaren. We hebben ‘Ray Mears’ limonade gemaakt met vruchten van de boab: de noten kraken en het witte vruchtvlees verpulveren, oplossen in warm water en proeven, waarna de Ray onveranderlijk pleegt te zeggen “Hmm, very good” Yeah right Ray, be honest! denkt de kijker dan. Nu het was niet slecht maar ook niet lekker. Wel zwaar en het zou veel vitamine C bevatten. Wij vinden het vruchtvlees droog toch beter.
‘s Morgens komen hier honderden - misschien wel duizend - kaketoes aangevlogen met een hels gekrijs, waarna ze in de boomtoppen boven de camping gaan zitten om pas bij zonsondergang met evenveel kabaal weer te vertrekken. Prijsvraag van deze week: wat is witte regen ??
Tip: het gehalte KNO3 is significant.
Respect !
Als we aan de Tanami Track beginnen, is het al aan het schemeren: ‘s morgens te veel tijd verloren met een kletsnatte en deels aangevroren tent. Op zich geen probleem, de kinderen vinden het wel spannend om in het donker te rijden. En er is hier en daar wel een plekje te vinden om te slapen. De eerste 100 km zijn verhard en blijkbaar is men volop bezig om dat door te trekken… ook hier knabbelt het asfalt aan de randjes van het avontuur…
De track door de Tanami desert betekent voor ons een paar dagen zand, stof, stenen, corrugations en enkele beperkte floodways. Voor de moderne, airco-gekoelde explorer, voorzien van koelkast en de zekerheid van andere reizigers, niet echt een zware opgave. Je komt nu rijdende huizen tegen voorzien van generator, satelliettelevisie, GPS, gas-BBQ, en zelfs een kettingzaag om hun brandhout te verzagen! Als je je inbeeldt dat de explorers er een kleine 200 jaar geleden vele maanden over deden, en soms zelfs een paar jaar om een volledige doorsteek van oceaan naar oceaan te doen… met paarden, kamelen en ossenkarren, niet wetende wat hen te wachten stond. Eenmaal de kamelen en de paarden gestorven en/of opgegeten, begint de miserie pas echt. Wij volgen gewoon de weg, zij moesten er een zoeken, soms door manhoge spinifex.
Hier in het noorden van de Tanami zou Ludwig Leichhardt met zijn expeditie verdwenen zijn, tot op vandaag een raadsel voor historici. Wij vinden de beruchte holle boab waar een ’L’ in gegraveerd zou zijn ook niet, dus buiten een metalen plaatje van zijn geweer en een verhaal van een aboriginal van een dikke eeuw geleden blijft het een spannend raadsel.
In elk geval, JMD Stuart, Ernest Giles, Charles Sturt, Burke en Wills, Edward Eyre, Leichhardt en co: Respect! (namens een van satelliettelefoon voorziene explorer).
We gaan naar Tunnel Creek waar de rivier zich door grotten een weg onder de berg baant. Je zoekt er zelf je weg met een zaklamp al wadend door het water. Volgens de bordjes kunnen er ook zoetwaterkrokodillen zitten. Acht jaar geleden hebben we er geen gezien maar nu zag Lieven oogjes reflecteren en even later onderduiken… nu vonden de kids het plots veel spannender ! Waar er anders op een wandeling ruzie is wie er gids mag spelen (en dus eerst mag lopen), waren ze het nu roerend eens dat papa de gids ‘mocht’ zijn.
Dan naar Windjana NP voor de mooie kloof en de vele krokodillen. Chim heeft een krodkodillenpet gekocht met tanden aan en al… moest het niet zo grappig zijn, zou hij er nu nog gevaarlijker uitzien dan hij al is.
Dan zijn we naar Derby op bezoek gegaan bij Justin, Michelle, Joe, Sally en Kate die we enkele weken voordien leerden kennen in Litchfield NP. Van hen mogen we een naaimachine gebruiken om de ritsen van onze tent te vervangen. De ritsen blijken echter niet te zijn aangekomen op het postkantoor van Derby. Een telefoontje leert ons dat ze bij Oztent de ritsen zijn vergeten op te sturen…nieuwe afspraak in postkantoor van Geraldton (een stuk zuidelijker richting Perth). Na 2 nachten in hun tuin te hebben gekampeerd, verlaten we dit gastvrije gezin (de deur bleef open terwijl ze beiden waren gaan werken, zodat wij de keuken, het toilet én de wasmachine konden gebruiken!). Thanks !! En de kids amuseerden zich op de trampoline en met Ticket, de zwarte hond (ondertussen is Chim zijn Peppie - slaapknuffel - bijna even zwart).
Zo, we kunnen onze tocht langs de westkust aanvatten.
De track door de Tanami desert betekent voor ons een paar dagen zand, stof, stenen, corrugations en enkele beperkte floodways. Voor de moderne, airco-gekoelde explorer, voorzien van koelkast en de zekerheid van andere reizigers, niet echt een zware opgave. Je komt nu rijdende huizen tegen voorzien van generator, satelliettelevisie, GPS, gas-BBQ, en zelfs een kettingzaag om hun brandhout te verzagen! Als je je inbeeldt dat de explorers er een kleine 200 jaar geleden vele maanden over deden, en soms zelfs een paar jaar om een volledige doorsteek van oceaan naar oceaan te doen… met paarden, kamelen en ossenkarren, niet wetende wat hen te wachten stond. Eenmaal de kamelen en de paarden gestorven en/of opgegeten, begint de miserie pas echt. Wij volgen gewoon de weg, zij moesten er een zoeken, soms door manhoge spinifex.
Hier in het noorden van de Tanami zou Ludwig Leichhardt met zijn expeditie verdwenen zijn, tot op vandaag een raadsel voor historici. Wij vinden de beruchte holle boab waar een ’L’ in gegraveerd zou zijn ook niet, dus buiten een metalen plaatje van zijn geweer en een verhaal van een aboriginal van een dikke eeuw geleden blijft het een spannend raadsel.
In elk geval, JMD Stuart, Ernest Giles, Charles Sturt, Burke en Wills, Edward Eyre, Leichhardt en co: Respect! (namens een van satelliettelefoon voorziene explorer).
We gaan naar Tunnel Creek waar de rivier zich door grotten een weg onder de berg baant. Je zoekt er zelf je weg met een zaklamp al wadend door het water. Volgens de bordjes kunnen er ook zoetwaterkrokodillen zitten. Acht jaar geleden hebben we er geen gezien maar nu zag Lieven oogjes reflecteren en even later onderduiken… nu vonden de kids het plots veel spannender ! Waar er anders op een wandeling ruzie is wie er gids mag spelen (en dus eerst mag lopen), waren ze het nu roerend eens dat papa de gids ‘mocht’ zijn.
Dan naar Windjana NP voor de mooie kloof en de vele krokodillen. Chim heeft een krodkodillenpet gekocht met tanden aan en al… moest het niet zo grappig zijn, zou hij er nu nog gevaarlijker uitzien dan hij al is.
Dan zijn we naar Derby op bezoek gegaan bij Justin, Michelle, Joe, Sally en Kate die we enkele weken voordien leerden kennen in Litchfield NP. Van hen mogen we een naaimachine gebruiken om de ritsen van onze tent te vervangen. De ritsen blijken echter niet te zijn aangekomen op het postkantoor van Derby. Een telefoontje leert ons dat ze bij Oztent de ritsen zijn vergeten op te sturen…nieuwe afspraak in postkantoor van Geraldton (een stuk zuidelijker richting Perth). Na 2 nachten in hun tuin te hebben gekampeerd, verlaten we dit gastvrije gezin (de deur bleef open terwijl ze beiden waren gaan werken, zodat wij de keuken, het toilet én de wasmachine konden gebruiken!). Thanks !! En de kids amuseerden zich op de trampoline en met Ticket, de zwarte hond (ondertussen is Chim zijn Peppie - slaapknuffel - bijna even zwart).
Zo, we kunnen onze tocht langs de westkust aanvatten.
woensdag 4 augustus 2010
Yes - Shit - Oh yeah baby!
Als we een stevige 4WD weg doen zijn de meningen in de auto zeer verschillend: Finke zegt 'Yes' en dan vooral als we door water kunnen rijden; Marleen zegt 'Shit' en houdt haar hartje vast; Chim roept 'Oh Yeah Baby' en wil nog !!
Tanken is hier ondertussen walgelijk duur, net geen 2 AUD !! We rijden off-road in de regen naar Owen Springs voor een natte kampeersessie. Om er te geraken moeten we enkele keren door de rivier (Yes - Shit -Oh Yeah Baby). Een koude nacht, bevroren druppels aan de tent maar … ‘s morgens is de zon er weer, toch een opluchting. Tanken en shoppen in Alice Springs en ineens weer weg naar de West Mac Donald Ranges. We rijden naar Birthday Waterhole om daar Lieven zijn verjaardag te vieren, wel een dagje te laat maar nu hebben we tenminste appeltaart. Een favoriet van Lieven in Australië, de vorige keren kon hij ze zelf opeten nu waren er enkele aasgieren mee aan tafel komen zitten. Hier is’t een ontdooide appeltaart zonder ijs en koud maar toch heerlijk.
De weg erheen is ronduit ruig (Yes - Shit - Oh Yeah Baby) maar uiteindelijk vinden we een droomplekje langs de rivier . Helemaal alleen, mooie bruin-rode rotsen als achtergrond, overal groen-gele parkieten (veel kabaal ‘s morgens) én geen vliegen of muggen. We blijven er drie nachten staan, genieten van de rust en doen een rivier-douche. De kinderen zoeken knetsers (platte stenen om op water te kaatsen), ze graven dammen en het is elke avond kampvuur.
Dan bezoeken we enkele gorges (Ormiston, Redbank, Glen Helen) en kamperen langs de oevers van de Finke die we te voet een stuk verder verkennen. ‘s Avonds komt er geregeld een dingoswa op bezoek (insider) die de oever afschuimt om vissen te vinden.
Omdat het zo koud is, zet er zich iets vast op de kieuwen van de vissen en stikken de vissen, langs de oever vinden we veel dode vissen.
In Hermansburg bij de politie navragen of de volledige off-road door Finke Gorge NP open is… helaas… en het zal nog enkele weken duren. Dus zullen we enkel naar Palm Valley kunnen gaan. De rivier staat inderdaad een stuk hoger dan wat we 11 jaar geleden voor de wielen kregen, de ‘Oh Yeah Baby ‘-’s volgen elkaar snel op. Heerlijk ! Een halfuurtje rijden over 4 km en een prachtige bestemming. Na de mooie wandeling is het dezelfde weg terug maar er is maar 1 iemand in de auto die daar wat mee inzit.
Die avond is het optreden aan het kampvuur in de vorm van een stukje drama: de kids maken fakkels aan het vuur tot ons Finke opeens bijna hysterisch begint te wenen… DAT PRIKT !! Waarschijnlijk een splinter of een mier zeker.. En als Lieven haar fakkel checkt blijkt daar een kleine schorpioen uit een holte te komen. Ze is dus eens niet aan het overdrijven !
Iemand snel een potje gaan halen, beestje erin voor het geval we het nadien nog nodig zouden hebben om exact te weten welke ‘t is (zoals bij slangen). Laptop opstarten en ondertussen al eens rondhoren of er iemand op de kleine camping er ervaring mee heeft. Gelukkig zijn we voorbereid, het van op internet zelf samengestelde document en de vriendelijke EHBO-mevrouw zeggen hetzelfde. Het benodigde ice-pak hebben we mee. Finke houdt zich heel sterk. Dan is het afwachten of er een allergische reactie volgt die een nachtelijke off-road trip nodig zou maken. Lieven slaapt die nacht bij Finke om haar en haar hand in het oog te houden. Finke weent en jammert zich uiteindelijk in slaap. Haar hand blijft de hele nacht onveranderd, ze slaapt rustig en ‘s morgens is ze weer de oude. Oef !
Chim was heel lief voor zijn zus, al heeft hij nu schrik van krokodillen, giftige padden, lintwormen, dingo’s én schorpioenen. En fakkels zullen ze voorlopig niet meer maken…
Nog een ijskoude nacht gehad - onze voorruit zag wit en had bloemekes !! Lieven en Marleen hebben liggen bibberen, de kids sliepen heel goed. Nu alles laten opdrogen… en hop naar Alice Springs. Nog eens shoppen, tanken en dan via de Tanami Track - een 1000 km onverhard - door de woestijn naar de westkust. Met hopelijk wat warmere nachten…
Tanken is hier ondertussen walgelijk duur, net geen 2 AUD !! We rijden off-road in de regen naar Owen Springs voor een natte kampeersessie. Om er te geraken moeten we enkele keren door de rivier (Yes - Shit -Oh Yeah Baby). Een koude nacht, bevroren druppels aan de tent maar … ‘s morgens is de zon er weer, toch een opluchting. Tanken en shoppen in Alice Springs en ineens weer weg naar de West Mac Donald Ranges. We rijden naar Birthday Waterhole om daar Lieven zijn verjaardag te vieren, wel een dagje te laat maar nu hebben we tenminste appeltaart. Een favoriet van Lieven in Australië, de vorige keren kon hij ze zelf opeten nu waren er enkele aasgieren mee aan tafel komen zitten. Hier is’t een ontdooide appeltaart zonder ijs en koud maar toch heerlijk.
De weg erheen is ronduit ruig (Yes - Shit - Oh Yeah Baby) maar uiteindelijk vinden we een droomplekje langs de rivier . Helemaal alleen, mooie bruin-rode rotsen als achtergrond, overal groen-gele parkieten (veel kabaal ‘s morgens) én geen vliegen of muggen. We blijven er drie nachten staan, genieten van de rust en doen een rivier-douche. De kinderen zoeken knetsers (platte stenen om op water te kaatsen), ze graven dammen en het is elke avond kampvuur.
Dan bezoeken we enkele gorges (Ormiston, Redbank, Glen Helen) en kamperen langs de oevers van de Finke die we te voet een stuk verder verkennen. ‘s Avonds komt er geregeld een dingoswa op bezoek (insider) die de oever afschuimt om vissen te vinden.
Omdat het zo koud is, zet er zich iets vast op de kieuwen van de vissen en stikken de vissen, langs de oever vinden we veel dode vissen.
In Hermansburg bij de politie navragen of de volledige off-road door Finke Gorge NP open is… helaas… en het zal nog enkele weken duren. Dus zullen we enkel naar Palm Valley kunnen gaan. De rivier staat inderdaad een stuk hoger dan wat we 11 jaar geleden voor de wielen kregen, de ‘Oh Yeah Baby ‘-’s volgen elkaar snel op. Heerlijk ! Een halfuurtje rijden over 4 km en een prachtige bestemming. Na de mooie wandeling is het dezelfde weg terug maar er is maar 1 iemand in de auto die daar wat mee inzit.
Die avond is het optreden aan het kampvuur in de vorm van een stukje drama: de kids maken fakkels aan het vuur tot ons Finke opeens bijna hysterisch begint te wenen… DAT PRIKT !! Waarschijnlijk een splinter of een mier zeker.. En als Lieven haar fakkel checkt blijkt daar een kleine schorpioen uit een holte te komen. Ze is dus eens niet aan het overdrijven !
Iemand snel een potje gaan halen, beestje erin voor het geval we het nadien nog nodig zouden hebben om exact te weten welke ‘t is (zoals bij slangen). Laptop opstarten en ondertussen al eens rondhoren of er iemand op de kleine camping er ervaring mee heeft. Gelukkig zijn we voorbereid, het van op internet zelf samengestelde document en de vriendelijke EHBO-mevrouw zeggen hetzelfde. Het benodigde ice-pak hebben we mee. Finke houdt zich heel sterk. Dan is het afwachten of er een allergische reactie volgt die een nachtelijke off-road trip nodig zou maken. Lieven slaapt die nacht bij Finke om haar en haar hand in het oog te houden. Finke weent en jammert zich uiteindelijk in slaap. Haar hand blijft de hele nacht onveranderd, ze slaapt rustig en ‘s morgens is ze weer de oude. Oef !
Chim was heel lief voor zijn zus, al heeft hij nu schrik van krokodillen, giftige padden, lintwormen, dingo’s én schorpioenen. En fakkels zullen ze voorlopig niet meer maken…
Nog een ijskoude nacht gehad - onze voorruit zag wit en had bloemekes !! Lieven en Marleen hebben liggen bibberen, de kids sliepen heel goed. Nu alles laten opdrogen… en hop naar Alice Springs. Nog eens shoppen, tanken en dan via de Tanami Track - een 1000 km onverhard - door de woestijn naar de westkust. Met hopelijk wat warmere nachten…
To Fink or not to Fink?
We rijden off-road van Alice Springs naar het zuiden met als doel het stadje Finke. Road conditions gecheckt: Ghan Heritage Route: high clearance 4WD only, road dammaged. Ok, daarvoor zijn we tenslotte hier.
Eerst nog een nachtje naar Chambers Pillar, met een stevige 4WD ernaar toe. Bij Chambers Pillar hebben we voor het eerst het gevoel dat we zijn aangekomen in Australië: nauwelijks volk, een zicht tot aan den einder, kamperen in de natuur en een lussenbrander.
We blijven een dagje langer en dan komen er mensen toe die eigenlijk naar Finke gingen maar in Chambers Pillar zijn gestrand. The ‘Fink’ (zoals ze dat hier uitspreken) is flooding, road closed !!
Een deel van het traject naar Finke loopt door de rivierbedding en is overstroomd. .. nu zegt Lieven ook shit !
De plannen wijzigen dus, we kunnen niet naar het stadje Finke. Als we maar door Finke Gorge National Park kunnen … al ziet dat er momenteel ook niet goed uit. Van alles is er hier wel een Finke: een stadje, een woestijn, een weg, een nationaal park, zelfs visjes: Finke Hardyheads (vandaar dus die keikop…). De Arrernte aboriginals hier noemen Finke ‘Lara Pinta’, wat ‘zoute rivier’ betekent. Zo zout is die niet, maart hij laat wel zoute, witte sporen na.
We maken met een tentpaal en een keukenhanddoek een vlag vooraan op de bumper want de weg terug is met veel crests, duinen waar we over moeten en aan de top kunnen tegenliggers elkaar anders misschien te laat zien. De kinderen worden ondertussen specialisten in crest - dip - floodway - grid.
Dan maar naar Rainbow Valley. De hele dag is het bewolkt, maar net als in Chambers Pillar komt de zon bij het ondergaan net even onder het wolkendek doorpiepen om ons van prachtig verlichte rotsen te laten genieten. Nog even opwarmen aan een gezellig kampvuurke en dan slapen in de koude nacht.
Ons Finke blijft nog steeds veel eten, we spreken van haar lintworm, en sindsdien heeft Chim naast krokodillen en giftige padden ook schrik van lintwormen.
Op naar Uluru / Ayers Rock: op één of andere manier ziet hij er toch indrukwekkender uit dan wat we ons herinneren van 11 jaar geleden. We besluiten errond te wandelen, wat heel mooi is. De berg ziet er van elke kant steeds anders uit. De kinderen stappen flink de 10 km uit, zeker voor Chim zijn korte beentjes zijn dat toch veel stapjes.
Twee keer op een gezellige rest area geslapen, waar we twee dingo’s zagen. Sindsdien heeft Chim dus schrik van krokodillen, giftige padden, lintwormen en dingo’s.
De dag erna wandelen we 7,5 km door Kata Tjuta / The Olga’s met klimmen en dalen over de rotsen.
Onverwacht mooie, groene valleitjes tussen de bergen. Als we weer doorrijden gaat de zon al onder, de horizon kleurt blauw-paars-roze en de volle maan komt boven Uluru piepen… onvergetelijk mooi…
Eerst nog een nachtje naar Chambers Pillar, met een stevige 4WD ernaar toe. Bij Chambers Pillar hebben we voor het eerst het gevoel dat we zijn aangekomen in Australië: nauwelijks volk, een zicht tot aan den einder, kamperen in de natuur en een lussenbrander.
We blijven een dagje langer en dan komen er mensen toe die eigenlijk naar Finke gingen maar in Chambers Pillar zijn gestrand. The ‘Fink’ (zoals ze dat hier uitspreken) is flooding, road closed !!
Een deel van het traject naar Finke loopt door de rivierbedding en is overstroomd. .. nu zegt Lieven ook shit !
De plannen wijzigen dus, we kunnen niet naar het stadje Finke. Als we maar door Finke Gorge National Park kunnen … al ziet dat er momenteel ook niet goed uit. Van alles is er hier wel een Finke: een stadje, een woestijn, een weg, een nationaal park, zelfs visjes: Finke Hardyheads (vandaar dus die keikop…). De Arrernte aboriginals hier noemen Finke ‘Lara Pinta’, wat ‘zoute rivier’ betekent. Zo zout is die niet, maart hij laat wel zoute, witte sporen na.
We maken met een tentpaal en een keukenhanddoek een vlag vooraan op de bumper want de weg terug is met veel crests, duinen waar we over moeten en aan de top kunnen tegenliggers elkaar anders misschien te laat zien. De kinderen worden ondertussen specialisten in crest - dip - floodway - grid.
Dan maar naar Rainbow Valley. De hele dag is het bewolkt, maar net als in Chambers Pillar komt de zon bij het ondergaan net even onder het wolkendek doorpiepen om ons van prachtig verlichte rotsen te laten genieten. Nog even opwarmen aan een gezellig kampvuurke en dan slapen in de koude nacht.
Ons Finke blijft nog steeds veel eten, we spreken van haar lintworm, en sindsdien heeft Chim naast krokodillen en giftige padden ook schrik van lintwormen.
Op naar Uluru / Ayers Rock: op één of andere manier ziet hij er toch indrukwekkender uit dan wat we ons herinneren van 11 jaar geleden. We besluiten errond te wandelen, wat heel mooi is. De berg ziet er van elke kant steeds anders uit. De kinderen stappen flink de 10 km uit, zeker voor Chim zijn korte beentjes zijn dat toch veel stapjes.
Twee keer op een gezellige rest area geslapen, waar we twee dingo’s zagen. Sindsdien heeft Chim dus schrik van krokodillen, giftige padden, lintwormen en dingo’s.
De dag erna wandelen we 7,5 km door Kata Tjuta / The Olga’s met klimmen en dalen over de rotsen.
Onverwacht mooie, groene valleitjes tussen de bergen. Als we weer doorrijden gaat de zon al onder, de horizon kleurt blauw-paars-roze en de volle maan komt boven Uluru piepen… onvergetelijk mooi…
maandag 19 juli 2010
slang op restaurant...
In Litchfield al een half 4WD testje gedaan, heel warm weer dan gaan we maar enkele keren per dag de rivier in…heerlijk! Marleen is ondertussen bijna opgegeten door de muggen en maar krabben… (de kinderen zeggen lachend hun versje op: een muggebeet, een muggebeet, ik hoorde dat een mug het deed…).
Dan begint de trip naar het zuiden, richting Alice Springs. Ongeveer 1700 km dezelfde weg volgen zonder file en zonder verkeerslichten. Met vriendelijk wuivende tegenliggers - begin in België maar ‘s te wuiven naar iedereen op de autosnelweg.
We beperken het rijden tot maximum 500 km op één dag, hoe dan ook er wordt nog redelijk wat afgezaagd op de achterbank. Finke wil altijd eten, Nio leest en Chim klopt op alles wat beweegt… Of ze spelen het spelletje krokodil-auto-kangoeroe … een aangepaste versie van schaar-steen-papier.
Hier en daar genieten we van een warmwaterbron - zelfs tot 60° warm !!
Ondertussen is ons installeren of opkramen al routine geworden. De eerste keer duurde het 1,5 uur vooraleer we weg waren, ondertussen is ons record 35 minuten.
Wandelen gaat traag: Chim is moe, Finke heeft honger en Nio stopt voor elk beestje… als je weet hoeveel mieren hier zijn !!
Bij de Devils Marbles zijn we wat langer blijven hangen - het beklimmen van de reuzegrote stenen knikkers vinden de kinderen (én de papa) superleuk.
Hoe zuidelijker, hoe kouder en eenmaal in Alice is het ’s nachts zo’n 2 à 3 graden, iets te weinig voor deze slaapzakken in een tent. Overdag is’t nu zo’n 20 graden, wat voor Alice frisjes is, dat zie je ook aan de mensen die hier met jassen en mutsen rondlopen.
Iets buiten Alice zijn we een taverne binnengestapt om ‘s avonds iets te gaan eten. Op het bord buiten staat ‘sunday: snakes’. Toen we er in Frankrijk eens één hebben gebakken en opgegeten was dat maar een taaie boel, hopelijk kunnen we ook iets anders krijgen. Binnen is het een gezellige boel met live-muziek en later op de avond een kerel die uitleg komt geven over reptielen in Australië. Superinteressant en leuk voor de kinderen, ze krijgen een kus van een blauwtongskink, ze aaien een baardagame en een python kronkelt rond hun nek, een hoogdag voor een glunderende Nio.
En nu nog voorraad inslaan, informeren naar de toestand van de off-road tracks (omdat het hier onlangs 8 dagen heeft geregend … zeer uitzonderlijk) en hop op weg naar doel 1 van onze reis: het stadje ‘Finke’ en haar rivier…
Dan begint de trip naar het zuiden, richting Alice Springs. Ongeveer 1700 km dezelfde weg volgen zonder file en zonder verkeerslichten. Met vriendelijk wuivende tegenliggers - begin in België maar ‘s te wuiven naar iedereen op de autosnelweg.
We beperken het rijden tot maximum 500 km op één dag, hoe dan ook er wordt nog redelijk wat afgezaagd op de achterbank. Finke wil altijd eten, Nio leest en Chim klopt op alles wat beweegt… Of ze spelen het spelletje krokodil-auto-kangoeroe … een aangepaste versie van schaar-steen-papier.
Hier en daar genieten we van een warmwaterbron - zelfs tot 60° warm !!
Ondertussen is ons installeren of opkramen al routine geworden. De eerste keer duurde het 1,5 uur vooraleer we weg waren, ondertussen is ons record 35 minuten.
Wandelen gaat traag: Chim is moe, Finke heeft honger en Nio stopt voor elk beestje… als je weet hoeveel mieren hier zijn !!
Bij de Devils Marbles zijn we wat langer blijven hangen - het beklimmen van de reuzegrote stenen knikkers vinden de kinderen (én de papa) superleuk.
Hoe zuidelijker, hoe kouder en eenmaal in Alice is het ’s nachts zo’n 2 à 3 graden, iets te weinig voor deze slaapzakken in een tent. Overdag is’t nu zo’n 20 graden, wat voor Alice frisjes is, dat zie je ook aan de mensen die hier met jassen en mutsen rondlopen.
Iets buiten Alice zijn we een taverne binnengestapt om ‘s avonds iets te gaan eten. Op het bord buiten staat ‘sunday: snakes’. Toen we er in Frankrijk eens één hebben gebakken en opgegeten was dat maar een taaie boel, hopelijk kunnen we ook iets anders krijgen. Binnen is het een gezellige boel met live-muziek en later op de avond een kerel die uitleg komt geven over reptielen in Australië. Superinteressant en leuk voor de kinderen, ze krijgen een kus van een blauwtongskink, ze aaien een baardagame en een python kronkelt rond hun nek, een hoogdag voor een glunderende Nio.
En nu nog voorraad inslaan, informeren naar de toestand van de off-road tracks (omdat het hier onlangs 8 dagen heeft geregend … zeer uitzonderlijk) en hop op weg naar doel 1 van onze reis: het stadje ‘Finke’ en haar rivier…
woensdag 7 juli 2010
de giftige gozers
Zaterdag zijn we onze auto gaan afhalen, volgens Chim begint nu het échte avontuur.
We staan 3 nachten op de camping Tumbling Waters. We puzzelen de tenten ineen (we missen precies een paar paaltjes) en herorganiseren onze inboedel en ontdekken alles wat in de auto wel en niet zit. Al onze rommel ligt verspreid over een groot oppervlak, maar na een tussentijds afkoelduikje in het zwembad kunnen we er een beetje de weg in vinden. Het zwembad is al ineens het geliefkoosde plekje van de kinderen, ‘t is ook de enige manier om af te koelen. Het is alweer heel duidelijk: bijna elke Australiër spreekt ons aan, wil ons helpen,… daar kunnen de Belgen nog iets van leren.
In de billabong bij de camping zag Marleen de eerste kangoeroe wegrennen, in het water zaten twee krokodillen, we zagen boomkikkers, lizards, spinnen, mieren, vogels, pauwen, kaketoes, rainbow bee-eater,… het kan niet op ! We proberen garnaaltjes te vangen maar zonder succes.
‘s Nachts ging Lieven met Finke naar het WC en kwam onderweg een stuk of 7 grote padden tegen… zouden het ze zijn? De giftige Cane toads, de pest van noord Australië? We vangen er één, om morgen eens te informeren. En ja hoor, het zijn de Giftige Gozers (Nio en Finke verzinnen tegenwoordig zoveel mogelijk Suske en Wiske titels), bij deze is onze gevangene zijn doodsvonnis getekend, evenals die van de 5 andere GG's die Lieven de volgende nacht te pakken krijgt.
En om België niet te vergeten, hebben we vandaag stevige regenbuien gehad, maar het blijft zwoel. Zodoende zijn onze tenten getest en (redelijk) goedgekeurd. Nog 2 nachten op een camping dichterbij Darwin (een camping met lijntjes!! jak… dat is zoals met sport, als er lijntjes aan te pas komen is de fun eraf), onze auto een check-up geven en dan richting Litchfield National Park. Eindelijk kan het echte avontuur beginnen.
We staan 3 nachten op de camping Tumbling Waters. We puzzelen de tenten ineen (we missen precies een paar paaltjes) en herorganiseren onze inboedel en ontdekken alles wat in de auto wel en niet zit. Al onze rommel ligt verspreid over een groot oppervlak, maar na een tussentijds afkoelduikje in het zwembad kunnen we er een beetje de weg in vinden. Het zwembad is al ineens het geliefkoosde plekje van de kinderen, ‘t is ook de enige manier om af te koelen. Het is alweer heel duidelijk: bijna elke Australiër spreekt ons aan, wil ons helpen,… daar kunnen de Belgen nog iets van leren.
In de billabong bij de camping zag Marleen de eerste kangoeroe wegrennen, in het water zaten twee krokodillen, we zagen boomkikkers, lizards, spinnen, mieren, vogels, pauwen, kaketoes, rainbow bee-eater,… het kan niet op ! We proberen garnaaltjes te vangen maar zonder succes.
‘s Nachts ging Lieven met Finke naar het WC en kwam onderweg een stuk of 7 grote padden tegen… zouden het ze zijn? De giftige Cane toads, de pest van noord Australië? We vangen er één, om morgen eens te informeren. En ja hoor, het zijn de Giftige Gozers (Nio en Finke verzinnen tegenwoordig zoveel mogelijk Suske en Wiske titels), bij deze is onze gevangene zijn doodsvonnis getekend, evenals die van de 5 andere GG's die Lieven de volgende nacht te pakken krijgt.
En om België niet te vergeten, hebben we vandaag stevige regenbuien gehad, maar het blijft zwoel. Zodoende zijn onze tenten getest en (redelijk) goedgekeurd. Nog 2 nachten op een camping dichterbij Darwin (een camping met lijntjes!! jak… dat is zoals met sport, als er lijntjes aan te pas komen is de fun eraf), onze auto een check-up geven en dan richting Litchfield National Park. Eindelijk kan het echte avontuur beginnen.
rugzakken in business-class
Ons eerste bericht vanuit Australië. Eindelijk zullen velen denken, maar ‘t was al een heel geregel en geloop .
Wij hebben de vluchten comfortabel doorstaan, dankzij een foutje van de Qantas-meneer in Frankfurt. Onze langste vlucht van Frankfurt naar Singapore hebben we in 'business-class’ mogen doorbrengen: echt eten met echt bestek, Lieven geraakte met de beste wil niet met zijn voeten tegen de muur voor hem en wij maar doen of we dat allemaal normaal vonden. Iedereen heeft vrij goed geslapen want daar kan je een echt bed maken, Chim heeft zelfs zijn ontbijt (spek met eieren) laten staan, hij bleef maar slapen in het bed. We kregen zelfs een pyama !!
In Darwin zijn we om 2u30 's morgens vroeg aangekomen en een half uur later waren we zonder problemen door de douane. Aangezien we pas om 14 uur in ons hotelkamer konden, zijn we ‘s nachts wat gaan rondwandelen in Darwin. Zowel politie als de security mensen vroegen ons wat we aan’t doen waren met drie kinderen in’t midden van de nacht.
Het werd nog een drukke dag: papieren ivm mutualiteit in orde brengen, bankrekening verder in orde brengen, naar toeristenbureau én naar onze auto gaan kijken. Een busrit, een zoektocht naar de juiste plek…en ook daar moeten nog papieren voor geregeld worden.
Donderdagavond zijn we naar de plaatselijke markt (Mindil Beach) geweest, waar we genoten hebben van het prachtige jaarlijkse vuurwerk. Volgens Finke speciaal voor ons omdat we zijn aangekomen.
Wij hebben de vluchten comfortabel doorstaan, dankzij een foutje van de Qantas-meneer in Frankfurt. Onze langste vlucht van Frankfurt naar Singapore hebben we in 'business-class’ mogen doorbrengen: echt eten met echt bestek, Lieven geraakte met de beste wil niet met zijn voeten tegen de muur voor hem en wij maar doen of we dat allemaal normaal vonden. Iedereen heeft vrij goed geslapen want daar kan je een echt bed maken, Chim heeft zelfs zijn ontbijt (spek met eieren) laten staan, hij bleef maar slapen in het bed. We kregen zelfs een pyama !!
In Darwin zijn we om 2u30 's morgens vroeg aangekomen en een half uur later waren we zonder problemen door de douane. Aangezien we pas om 14 uur in ons hotelkamer konden, zijn we ‘s nachts wat gaan rondwandelen in Darwin. Zowel politie als de security mensen vroegen ons wat we aan’t doen waren met drie kinderen in’t midden van de nacht.
Het werd nog een drukke dag: papieren ivm mutualiteit in orde brengen, bankrekening verder in orde brengen, naar toeristenbureau én naar onze auto gaan kijken. Een busrit, een zoektocht naar de juiste plek…en ook daar moeten nog papieren voor geregeld worden.
Donderdagavond zijn we naar de plaatselijke markt (Mindil Beach) geweest, waar we genoten hebben van het prachtige jaarlijkse vuurwerk. Volgens Finke speciaal voor ons omdat we zijn aangekomen.
vrijdag 11 juni 2010
en de kinderen dachten erover na...
Finke: 'Als we aankomen in Australië moeten we toch niet direct les krijgen want 't is toch nog eerst grote vakantie ...'
Chim: 'Mama en papa, we kunnen niet naar Australië gaan (onzen tikker sloeg er al eentje over), want wij zijn mensen... en mensen zijn vlees... en vlees is eten... en ge moogt toch geen eten mee naar Australië nemen?' (Oef)
Nio: 'Australië zou naast België moeten liggen, dat zou veel gemakkelijker zijn, dan konden we elk jaar gaan. Alleen moeten we dan overdag wel stil zijn, want anders is dat voor hen nachtlawaai!'
Chim: 'Mama en papa, we kunnen niet naar Australië gaan (onzen tikker sloeg er al eentje over), want wij zijn mensen... en mensen zijn vlees... en vlees is eten... en ge moogt toch geen eten mee naar Australië nemen?' (Oef)
Nio: 'Australië zou naast België moeten liggen, dat zou veel gemakkelijker zijn, dan konden we elk jaar gaan. Alleen moeten we dan overdag wel stil zijn, want anders is dat voor hen nachtlawaai!'
donderdag 3 juni 2010
in den beginne...
In 1999 trokken we 5 weken rond in Australië (van Melbourne via The Grampians, Flinders Ranges naar the red centre, via Plenty Highway naar Brisbane, oostkust naar Sydney).
In 2002 gingen we terug (van Darwin via Kakadu NP, Litchfield NP, Bungle Bungle NP naar Katherine, naar Broome aan de westkust en via Gibb River Road terug naar Darwin). Nio werd er 1 jaar.
In 2003 werd Finke geboren - zij is genoemd naar de rivier, het nationaal park en het stadje 'Finke' in the middle of Australia.
De mooie natuur, de vele dieren, de mooie uitzichten, het mooie weer, het verlatene,... Het bleef maar kriebelen en kriebelen...
We maakten er ons sinterklaasgeschenk van: 'we gaan 1 jaar rondtrekken in Australië en Nieuw-Zeeland'.
De dag erna vraagt Chim na 't ontbijt of we nu al gaan vertrekken ?
Eind januari is ons visum voor Australië voor 1 jaar goedgekeurd !!!
En begin april hebben we een auto én tenten voor Australië overgekocht van rondtrekkende nederlanders en de mobilhome voor Niew-Zeeland is gereserveerd. Nog inpakken en we zijn weg !! Ja en nog dit en dat en... nen helen hoop nog !!
In 2002 gingen we terug (van Darwin via Kakadu NP, Litchfield NP, Bungle Bungle NP naar Katherine, naar Broome aan de westkust en via Gibb River Road terug naar Darwin). Nio werd er 1 jaar.
In 2003 werd Finke geboren - zij is genoemd naar de rivier, het nationaal park en het stadje 'Finke' in the middle of Australia.
De mooie natuur, de vele dieren, de mooie uitzichten, het mooie weer, het verlatene,... Het bleef maar kriebelen en kriebelen...
We maakten er ons sinterklaasgeschenk van: 'we gaan 1 jaar rondtrekken in Australië en Nieuw-Zeeland'.
De dag erna vraagt Chim na 't ontbijt of we nu al gaan vertrekken ?
Eind januari is ons visum voor Australië voor 1 jaar goedgekeurd !!!
En begin april hebben we een auto én tenten voor Australië overgekocht van rondtrekkende nederlanders en de mobilhome voor Niew-Zeeland is gereserveerd. Nog inpakken en we zijn weg !! Ja en nog dit en dat en... nen helen hoop nog !!
Abonneren op:
Posts (Atom)