donderdag 31 maart 2011

the bletpeps

Dat je in NZ zowat overal mag kamperen is voorgoed verleden tijd, zonder dat er, zoals in AU, een alternatief wordt geboden voor mensen die niet telkens naar een camping willen. Met een camper is het minder moeilijk dan met een tent, maar het blijft wat plan trekken. Tegen onze verwachtingen in is het op het Noordereiland juist gemakkelijker om vrij te kamperen dan in het veel minder bevolkte Zuidereiland, waar een doorstreept tentje zowat het meest voorkomende verbodsbord moet zijn.
We vinden een plekje in een park aan de rand van Wellington om van daaruit de stad te verkennen, het Te Papa museum te bezoeken en de sfeer van een muziekfestivalletje op te snuiven.
In verschillende steden en dorpen hangen de vlaggen halfstok, dat dit uit sympathie met Christchurch zou zijn wordt door Finke van tafel geveegd: “dat is omdat de Nutella uitverkocht is!” En effectief, winkel na winkel is er in plaats van de welbekende chocopotten enkel nog een gapende holte in de rekken te bespeuren. De eerstvolgende stad waar de vlaggen hoog hangen, nemen we de proef op de som en Finke wijst triomfantelijk een rek vol Nutellapotten aan.
We rijden richting Mount Taranaki en brengen een bezoekje aan Heidi, de tante van Fleur en Sarah uit Nio en Finke hun klas. Zij woont hier in het groen met in de verte de gepensioneerde vulkaan.
De Forgotten Highway brengt ons naar Tongariro NP, waar doorheen een dagtocht loopt over vulkanen, langs kraters en kratermeren en waar links en rechts stoom uit de grond komt gesist. Te lang voor Marleen haar pijnlijke beenscharnieren en te zwaar voor de kids dus trekt Lieven er alleen op uit. De Tongariro Crossing wordt een dag vol actie, met de beklimming van de Ngauruhoe, een ingedommelde lavabraker, als extraatje erbij. Resultaat: naast een mooie ervaring, een hoop foto’s en een restaurantbezoek met Jith en Preet die we een lift gaven, ook nog stijve spieren als aandenken.
Waar de meeste mensen het Zuidereiland het mooiste vinden, gaat onze voorkeur toch uit naar de vulkanen, hotpools, geisers en dramatische, buitenaardse landschappen van het Noordereiland. Vooral naar de bubbelende modderpoelen kunnen we met het hele gezinnetje gemakkelijk een half uur zitten gapen.
In het licht naar zwavel ruikende Rotorua gaan we ook nog naar een benefietconcert van allerhande Maorigroepen ten voordele van Christchurch. De typische Maoridansen zijn indrukkwekkend, met de kwade getatoeëerde gezichten, witte ogen, geroep en ritmisch gestamp op de grond. Chim is onder de indruk en fluistert vol ontzag in papa zijn oor: “de Mamori’s zijn nog wilder dan mij…” Gevolg is wel dat de imitatiedrang, (die ons vroeger na iedere aflevering van The A-team ons vierzonig huishouden op stelten deed zetten), Chim erin doet slagen de ‘Mamori’s’ toch haast te evenaren.
We zijn enkele van de weinige blanken in de zaal en de presentatie is net als de zang in het Maori. Hetgeen dan toch in het Engels wordt gezegd, verstaan de kinderen evenmin. Niet omdat ze geen Engels verstaan, want ze spreken het bijna constant onder elkaar, enig probleem is dat dat hún Engels is. Bij de Monopoly klinkt dat zo: “Koping you that?” Het antwoord is dan “No way’ of ‘Yes way’. Op de opmerking dat ze bijvoorbeeld moeten vragen “Are you buying this?” wordt prompt met een zucht geantwoord: “My onthouwing it no!” gevolgd door een nog diepere ouderlijke zucht.
Het laatste Maori optreden was van een groep in hun traditionele (gebrek aan) kledij. De blote poepen vonden onze gasten hilarisch en nu je enigszins vertrouwd bent met hun Engels wordt de titel van dit bericht misschien duidelijk.
In tegenstelling tot de Aboriginals in Australië, die al gedurende een paar eeuwen een minderwaardigheidscomplex zijn aangepraat, dragen de meeste Maori’s hun afkomst, evenals enig overgewicht, met trots. In Australië leven de twee culturen grotendeels naast elkaar, hier vloeien ze veel beter in elkaar over.
In onze laatste week voor we terugvliegen naar Australië, bezoeken we het Coromandel schiereiland en dat verloopt allesbehalve vlot. Eerst een omweg naar het ziekenhuis omdat Nio na een val Herr Flick gedrag vertoont. Gelukkig blijkt zijn gezwollen voet niet gebroken te zijn. Weer op weg en na een nacht regen is er een brug overstroomd. We rijden dan maar het hele schiereiland rond om voor een ander overstroomd stuk weer te stranden. Het wordt wachten tot het water voldoende gezakt is, al keuvelend met andere deelnemers aan de file. Zowaar een file! … een concept dat nog vaag herinneringen oproept uit een vorig leven.

vrijdag 11 maart 2011

sappig

In de Otago Peninsula gaan we op bezoek bij Beatrice, die we bij John en Rruth op de boerderij ontmoetten, en genieten er van zalige versgebakken scones. Eenmaal het stopt met regenen gaan we albatrossen en pinguïns bewonderen. Het is telkens een prachtig zicht als er in de schemering een tros blauwe pinguïns komt aanzwemmen. Het lijkt wel een uiteengespatte dolfijn waarvan de fragmenten nietsvermoedend verder zwemmen, afwisselend door water en lucht. Dan gaan we rustig zitten wachten terwijl het snel donker wordt en een tijdje later waggelen de beestjes vlak naast Finke en Marleen voorbij, op weg naar hun nesten.
Weiden, schapen en onder de niet aflatende geseling van de roaring fourties kromgegroeide bomen… het zuiden van het Zuidereiland is zo niet ons ding. Uitzondering zijn de versteende bomen en plantenfossielen aan Curio Bay. Fascinerend om zo’n versteende tijdscapsule te openen en daarin prachtige varens te ontdekken van 270 miljoen jaar geleden. Een moeilijk te bevatten tijdsspanne, in vergelijking met de recente bezoekjes van Abel Tasman en James Cook. Deze laatste geldt hier bij de kinderen als veelgevraagd nagerecht: “Mogen we nen James?” (uit de Cookjesdoos, nvdr).
Over koekjes gesproken: in de winkels liggen hier ‘Belgian biscuits’, hoe ze aan die veronderstelde oorsprong komen is ons een raadsel, wij hebben ze in België nog nooit gezien (zie foto‘s). Andere dingen in de rekken zijn spijtig genoeg wel echt ’Made in Belgium’ zoals bijvoorbeeld de goedkoopste choco… transport over zee kost veel te weinig, milieu komt niet in de rekening voor. Alvast een alibi voor ons om Nutella (uit Australië) te kopen, al beseffen we dat we met deze reis op milieuvlak verre van vrijuit gaan. De kiwi’s, toch het symbool van Nieuw Zeeland, blijken meestal uit de V.S. of Italië te komen waar het nu winter is en hier hangen ze rijp aan de bomen.
Ander veelvoorkomend geïmporteerd fruit is de toerist, een soort financiële persappelsien. Het leven mag hier dan iets goedkoper zijn dan in Australië, alle activiteiten en toeristische attracties zijn ronduit duur. De vele adrenalinekraampjes laten we aan ons voorbij gaan, behalve eentje dat bij Lieven al irritant lang op het lijstje staat: een hemelduik, uitstappen op 4500 meter. De beloofde drie dagen durende Ludo-Dierckxsens-glimlach is wat overroepen maar dat het enigszins verslavend kan zijn, is wel duidelijk. De kostprijs is echter een heel doeltreffend antigif.
Wel een terecht verplicht nummertje is een boottocht door een fjord: Milford Sound. We zitten eerst een meer dan 24 uur durende regenbui uit, het regent hier 7 meter per jaar. We hebben tijd in vergelijking met de bussen vol slachtoffers van georganiseerde reizen die, onder het juk van een punctuele planning, de mist en regen in het fjord gaan bewonderen. We wachten op (volgens Nio) “die ene dag in het jaar dat de zon hier schijnt en ze alle foto’s voor in de boekskes maken”. Die dag komt er en we maken een lange wandeling naar een top voor een machtig uitzicht over de vallei, klauteren over rotsen tot aan de sneeuw en varen in stralend weer door een prachtig fjord met als kers op de taart watervallen van de voorbije regenperiode.
De gletsjers aan de westkust vallen tegen, onder het mom van veiligheid is het pad op een kilometer van de gletsjer al afgespannen. Om via een duidelijk, en gemakkelijk begaanbaar pad tot op een kleine 100 meter van het ijs te komen moet je inschrijven voor een georganiseerde ‘tocht’ met gids… We voelen ons weer bovengenoemde citrusvruchten, maar passen voor het persgedeelte. Voor een wandeling op het ijs, logischerwijze met gids, worden Finke en Chim te klein bevonden en we houden het dan maar bij datgene waarvoor we eigenlijk gekomen zijn. We genieten in alle rust van wandelingen in de natuur, over bergen en door rivieren. Weg van de volgeladen bussen die, zoals de typische rode 5kg netzakjes, worden opengetrokken waarna de begeerde vruchten eruit rollen om gewillig van hun budgettair sap te worden ontdaan.
Abel Tasman NP is prachtig en we doen er 2 dagtochten van het kusttraject. De stukken strand, die geregeld de wandeling door beboste heuvels onderbreken, zijn een leuke afwisseling en betekenen telkens speeltijd voor de kinderen. We vinden er een gammel vlot waarmee we schipbreukelingske kunnen spelen op het heldere water. Na meer dan 10 km klimmen, dalen en door mul zand stappen kan Chim met zijn korte, vijfjarige beentjes zelfs nog mee lopen voor hun favoriete wedstrijdje ‘om ter eerst de mobilhome aanraken’ (gewonnen door Finke).
We zitten dan in het noorden van het Zuidereiland, wat betekent dat dit stuk erop zit en we de boot nemen naar Wellington, op het Noordereiland. Op de boot praten we met mensen van Christchurch die de miserie even achter zich willen laten.
(Over de aardbeving, zie ons vorige bericht dat iets is uitgebreid.)