dinsdag 19 oktober 2010

Cadel Who?

We trekken naar Dryandra Woodlands: het verlengde weekend is voorbij en we staan er bijna alleen op een camping. We zien er echidna’s, skinks, massa’s kangoeroes en als we in het donker een wandeling met de zaklampen gaan doen, komen we possums tegen met een kleintje op de rug. Ze klimmen de bomen in en kruipen er met de kop naar beneden weer uit.
Hier blijven we langer staan, het is er zalig kamperen en ‘s avonds volgen we een geleide tour door een domein waar ze bedreigde nachtdieren houden om later weer uit te zetten. Hopelijk krijgt men het aantal wilde katten, honden en vossen onder controle door het giftig aas dat op vele plaatsen in Western Australia is geplaatst. We krijgen bilbies, rufus hare wallabies en brushtailed possums te zien, vooral de bilby is schattig.

De trip verder naar het zuiden is bewolkt en soms in druilerige regen als we de reuze bomen rond Pemberton verkennen. In sommige kan je tot 75 meter hoog klimmen op pinnen die in spiraalvorm in de stam zijn aangebracht. Niet voor kinderen staat er op het bord en het protest van onze kleine medereizigers verdwijnt spoedig als we ze eens tot de tiende trede laten klimmen. Chim sjoemelt zelfs een beetje, bij de zevende trede heeft hij al tot tien geteld en je ziet aan zijn oogjes dat het hoog genoeg is. Lieven gaat tot boven en het is echt hoog om in de wind op een pin in een boom te staan, met een deltavleugel een berg af lopen is minder akelig.

Dan is het zover: wereldkampioenschap wielrennen in Australië en wij zitten spijtig genoeg aan de verkeerde kant van het land. De Tour De France is hier al ongemerkt voorbij gegaan, nu op zoek naar een TV. Moet je eens proberen: in AU een pub binnenstappen, waar de ‘blokes’ naar de finale van de football (rugby) aan het kijken zijn, en vragen of je het WK cycling kan zien !!! ‘Wha-da-ya mean, mate?’ Moet zoiets zijn als wanneer ik naar de tour aan het kijken ben en er komt iemand vragen of hij naar cricket kan kijken. Met de man achter de toog het programmaboekje nagekeken en het werd zelfs niet live uitgezonden… deportatie naar hier moest inderdaad een genadeloos strenge straf zijn geweest!

We rijden verder naar het zuiden tot we op de Zuidelijke Oceaan stuiten, er is waanzinnig veel wind en de blauwgroene golven spatten metershoog op. Machtig. We zoeken beschutting in Parry Beach, in een baai waar de dagen bestaan uit: eten - school (Chim houdt een vurig pleidooi om krabbenvangen in het lessenpakket op te nemen) - eten - strand - eten - kampvuur. Onze gasten vinden het super, maar soms denk ik dat wij er niet voldoende van genieten. Er zijn natuurlijk een hoop kleine dingen te doen en te regelen die niet in dit lijstje voorkomen en toch moeten gebeuren…Anyway, de herinneringen later zullen van deze kleine beslommeringen ontdaan zijn en dan blijft er enkel een prachtige tijd over.


donderdag 14 oktober 2010

versleten benen

We rijden via een leuke camping aan het strand en de Pinnacles naar Yanchep NP, waar we voor de eerste keer koala’s te zien krijgen, zij het niet in het wild. Wel heel leerzaam, er ligt ook een tros kangoeroes in de zon te luieren en Nio ontdekt langnekschildpadden in het meertje.

Dan op naar Perth, de eerste echt grote stad die we op onze reis tegenkomen.
In het wild kamperen wordt stilaan problematisch tot onmogelijk en we zetten onze tenten op voor een weekje camping ten noorden van de stad. Mijn eerste actie daar is als een volleerde Mozes een pikket in de grond prikken en een bronnetje zien ontstaan!? Een kunststof leiding op maar 10 cm diepte, zo bleek.
Ons Finke verjaart en kan eindelijk het kadootje van Oma en Opa opendoen, waarmee ze onmiddellijk aan de slag gaat. Nio en Chim hebben iets geknutseld en ze krijgt ook een ‘Leatherman’ (elk zakmes noemt zo voor hen), waar ze al zo lang van droomt. Nio had er één van nonkel Johan gekregen en hier op reis vinden ze dat zowat het hoogste goed. Hun ultieme droom is een ‘Leatherman met alles in’ en die ‘alles’ mag je letterkijk nemen: ne fiets, eten, werkgerief, een huis, vuur, …

We hebben over Perth al lovende woorden gehoord en gaan met het openbaar vervoer op verkenning… dat valt wat tegen. Ook het door onze buurman op de camping de hoogte in geprezen ‘Kings Park’, wordt door ons Finke onmiddellijk naar waarde geschat: ‘Beautiful, beautiful ? Het stomste park ooit, mijn benen verslijten hier voor niks!!‘ We kunnen haar moeilijk ongelijk geven, na de wilde natuur gaat een grotendeels aangelegd park er moeilijk in.
Daar kunnen de Aussies wel wat van: de meeste ‘bezienswaardigheden’ worden van een adjectief voorzien: beautiful, amazing, stunning, … of historic, want reeds een goede eeuw oud. Anyway het is wel goed dat er nu meer zorg wordt besteed aan het erfgoed van tijdens de Britse deportaties van criminelen hierheen. Er is al teveel verdwenen waarvan Fort Macquarie in Sydney mijn persoonlijke favoriet zou zijn om te bezoeken. Helaas al lang verdwenen, op die plek kunnen we nu het Opera House bewonderen.

Vanaf Perth varen we met een boot, vergezeld van twee dolfijnen, de Swan River af om in de buurt van Rottnest Island bultrugwalvissen te gaan bewonderen. We krijgen er wel enkele te zien, maar heel actief zijn ze niet. De boot zet ons af voor een namiddagje Fremantle en bovenaan ons lijstje staat het Shipwreck Museum met de overblijfselen van de Batavia. Tof om aan de andere kant van de wereld teksten in het (oud) Nederlands te kunnen lezen. We zien er ook heel herkenbare dingen zoals een ets van de stad Veere, kaarten van de Schelde en het Veerse Meer toen het nog niet afgesloten was van de zee. Chim is doodmoe en valt op een zeteltje in slaap en wordt dromend buiten gedragen naar de boot richting Perth.
Wanneer we Perth verlaten is het blijkbaar verlengd weekend, en vermits kamperen hier een nationale sport is, is het in de parken in de buurt heel druk.
In de buurt van Lane Pool NP zitten we ‘s avonds samen met toffe mensen aan het kampvuur: een ex-militair met een mes zó groot dat hij tegen Crocodile Dundee zou kunnen zeggen: ‘You call that a knife?’. De kinderen gapen er vol bewondering naar en vooral Chim vindt in hem een compagnon om fakkels te maken met kaarsvet.
Van zijn werk in de telecom-sector heeft hij een GSM waarmee hij gratis telefoneert en hij laat de kinderen naar huis bellen. Dus krijgt Voke al enkele dagen op voorhand een telefoontje om hem een gelukkige 70 ste verjaardag te wensen. De schoonvader van de ex-militair is Schots en dat taaltje is zondermeer heerlijk om naar te luisteren. Een supergezellige avond !

vrijdag 1 oktober 2010

ready about? (klaar om te wenden?)

Een van de lessen hier was haken en ondertussen is de verslaving ingetreden. De bolletjes wol liggen naast het bed en ‘s morgens beginnen ze te haken om na het eten weer verder te doen en in de auto verder en … De eerste 10.000 km in AU zitten er intussen op. We maken nog een mooie wandeling in Kalbari NP om dan naar Geraldton te rijden voor een weekje ‘rust’ op een camping. Het is er vergane glorie, maar voor ons is het luxe: niet rijden, niet in-en uitpakken, geen tenten afbreken en weer opzetten; maar wel warme douches, eens skypen met het thuisfront (en een to do lijstje afwerken).

De dag dat we daar vertrekken, je raadt het nooit, regent het. Nat gerief, maar we hadden een museum gepland en dat is nu eenmaal museumweer. Voor deze kust is de Batavia van de VOC vergaan, een boeiend (en schandalig) verhaal. Een aantal jaren geleden hebben we in Lelystad de replica van de Batavia bezocht en dit museum is een ongelooflijk interessante aanvulling.
In het water voor het museum ligt een replica van de longboot van de Batavia, een 10,5 meter lang houten zeilschip dat bij de Batavia hoorde. Als we ‘s middags daar aan het water aan het eten zijn, komen er drie mannen het schip optuigen: tijd voor een interessant babbeltje. Jeff blijkt president te zijn van een vereniging voor de conservatie van de replica en Vince is penningmeester. De heren zijn gepassioneerd door oude schepen en ideale gesprekspartners over de maritieme geschiedenis van AU. Of we geen zin hebben om mee te zeilen? Lieven droomt er al lang van om eens met zo’n groot 17 de eeuws schip te zeilen, maar een tocht met het kleine broertje is ook niet te versmaden en zeker niet in de blauwe wateren van de Australische westkust, waar de Nederlandse schepen zoveel misere hebben gekend (maar toch evengoed Captain Cook dik 150 jaar voor waren).
Marleen kiest voor de vaste grond onder de voeten (er hadden toch wel enkele tante Wissen aan te pas gekomen om haar er mee in te krijgen). De overige vier stappen aan boord én een kleine vier eeuwen terug in de tijd. Er wordt zelfs een Nederlandse vlag gehesen. Onderweg werken we mee: de zijzwaarden bedienen (stevig sleuren), water hozen, aan het roer staan,… met een beetje fantasie zijn we zoals Mary Bryant van Botany Bay naar Timor aan het varen.
Onderweg komen we nog vlakbij zeehonden tegen en dat allemaal in het zonnetje… om nooit te vergeten.

who let the dog out?

Het is een gezellige boel op de camping, links naast ons staat een blinde schilder die voor zijn zicht op zijn hond vertrouwt (en tegen de vrouwen zegt hoe goed ze eruit zien die dag…).
Rechts staan Bob en Wendy (idd zoals in de tekenfilm), kei-gezellige mensen van wie we eens met hun kajak mogen gaan varen. Nio, Finke en Lieven roeien een eindje weg, naar de andere kant van de baai, en tegen dat we terug komen staat Bob naar zijn haar te wijzen… grijs geworden door ons, beweert hij. Hij kon ons op den duur niet meer zien en was een verrekijker gaan zoeken om de ongerustheid van zich af te speuren.

Ondanks het matige weer gaan we snorkelen en zien papegaaivissen, pijlstaartroggen, nemo, koffervisjes, zeekomkommers, een octopus die onmiddellijk in het omliggende koraal opgaat,…
’s Avonds komen er aan de camping vissers aan land die hun vangst daar dan kuisen… prime-time voor de kinderen. We krijgen een gefileerde keizersvis van de vriendelijke (en enigszins beschonken) vissers en die was echt lekker.
Nio ontdekt bij de toiletten 3 redback spiders en komt dat vol enthousiasme bij de tent proclameren. Zeer giftige spinnen ! Er wordt bij de toiletten elke avond ook een kakkerlakkenjacht met de hamer gehouden… en steeds mét succes.

Op een gegeven moment zien we als in een Monty Python-achtige scene onze blinde buurman, met zijn stok het strand aftastend, roepen op zijn hond die ervandoor is…

We blijven hier uiteindelijk 5 nachten en zien zowat elke avond vele kangoeroes en emus. Op naar Coral Bay waar we met een glasbodemboot het koraal gaan verkennen. Gelukkig zijn er buiten ons maar twee andere mensen aan boord want de begeleider komt vaak niet boven de verwonderde kreten van onze gasten uit. We zien dolfijnen en zeeschildpadden en snorkelen door een prachtig decor. Hiervan moeten we u (en onszelf) de foto's onthouden, onze waterdichte (ahum) camera heeft de snorkelsessies niet goed verteerd en vertoont labiel, overwegend vozend gedrag. Maar zoals Nio het zegt: "er zitten foto's en filmkes in mijn kop en ik kan ernaar kijken wanneer ik wil."

En dan is het zover: nationale traumadag ! In België altijd al weken op voorhand aangekondigd door irritante ‘back to school’ reclame (een sperperiode zou hier zeker op zijn plaats zijn om blijvende mentale schade bij weerloze kindertjes te vermijden). Voor de eerste keer in mijn leven géén 1 september gevoel !! De remedie: wit strand, zon, blauwe zee en dolfijnen voorbij zien zwemmen. Monkey Mia is supertoeristisch maar een onvermijdelijke stop met kinderen. Chim, Finke en Nio mogen een vis aan de dolfijnen geven en zijn weer een ervaring rijker.