Eindelijk nog eens lekker warm weer en wij gaan ondergronds, in een goudmijn in Bendigo, net als Ballarat een klinkende (en blinkende) naam van één van de rijkste goudvelden ter wereld.
Nio en Lieven trekken een mijnwerkersplunje aan voor een uitgebreid mijnbezoek (vanaf 8 jaar) tot 86 meter onder de grond, met smalle gangetjes en trapladders. Ons Finke keelt zowat de hele mijn bijeen omdat ze onmiddellijk 8 jaar wil worden… uiteindelijk gaat ze dan toch met Marleen en Chim de kortere toer doen.
Nadien mag je uit het puin daar met een pan naar goud zoeken en eenmaal we het principe en de techniek onder de knie hebben, levert dat wel enkele stukjes (of beter gezegd: partikeltjes) goud op.
In Ballarat leren we dan weer hoe het er vroeger aan toe ging om bovengronds goud te zoeken en je raadt het nooit: het regende de hele dag! Wel enorm leerzaam.
Een klomp goud (of ‘nugget’) van 69 kilo, die slechts enkele cm onder het oppervlak gevonden werd, spreekt natuurlijk enorm tot de verbeelding. En eenmaal de vertaling van het verhaal Nio zijn oren bereikt heeft, beginnen zijn oogjes te blinken… de eerste symptomen doen hun intrede. Het woord ‘nugget’ heeft hij niet goed onthouden, hij heeft het de hele tijd over de ‘noedel’ die hij wil vinden.
In Ballarat - Sovereign Hill - kan je in het riviertje ook zelf goud zoeken (of ‘pannen’) en Nio en Lieven hebben het het ergste zitten: als de zaak eigenlijk al gesloten is, iedereen verdwenen is en je zit doorweekt in de gietende regen nog verder te pannen… heb je dan goudkoorts? We vinden toch nog tientallen partikels goud en al is het enigszins artificieel (in het riviertje wordt geregeld wat goud toegevoegd), het is wel leuk!
We wandelen en kamperen in verschillende bossen in de zgn. golden triangle en overal levert dit hetzelfde beeld op: putten en bergen puin, weer overgroeid met mos en bomen. In hun onophoudelijke zoektocht naar dieren (en sinds kort dus ook noedels) draaien de kinderen menige steen om, wat verschillende schorpioenen en centipides (een giftige ‘honderdpoot’) oplevert, maar natuurlijk niet de verhoopte nugget.
Zowat overal is er hier naar goud gezocht en toch is nog niet alles bovengehaald. Wat vroeger voor iedereen direct of indirect hun inkomen was, is nu voor velen een hobby en voor sommigen winstgevend.
Een goldrush lijkt zoiets uit Australië of uit de VS dat nu enkel nog idyllische ghosttowns oplevert maar nog steeds zijn er mensen die de hele wereld afdweilen naar overal waar er goud gevonden wordt. Voor de geïnteresseerden: momenteel is er een goldrush aan de gang in Soedan (off al places!). Een vriend van onze gids is erheen getrokken, de corruptie en de wetteloosheid krijg je er gratis bij… just like in the old days.
Marleen zet de dromers terug met beide voeten op de grond: de volgende dag vertrekt onze boot naar Tasmanië. We rijden richting Melbourne maar zijn eerst nog uitgenodigd bij een Belgisch gezin dat we in de Grampians hebben leren kennen. We mogen er van een ‘s zondags pistoleeke genieten (met korreltjes zelfs, dat doosje hebben we voor meer dan de helft geplunderd, vrees ik…) en wat tegenwoordig de maatstaf van luxe is voor onze kinderen: eten op een stoel met rugleuning. Maar bovenal is het een gezellige babbel in het Nederlands (Antwerps?) over Deurne, Borsbeek, kip-curry en préparé. Thanks a lot !! Bij de weg: onze Nio hebben we dan een paar dagen niet meer gehoord tot hij alle Kiekeboes een paar keer gelezen had.
Hop naar de boot richting Tasmanië: Tassie voor de locals, Van Diemen’s Land voor zij die van wat geschiedenis houden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten