dinsdag 4 januari 2011

heavens gate

Als we in lange rijen staan aan te schuiven om de boot naar Tasmanië op te rijden, ziet Finke het niet meer zitten: ‘Gaan die allemaal naar Tasmanië? Dat gaat daar veel te druk zijn!’ Met een oppervlakte van meer dan twee keer België en een inwonersaantal van een half miljoen valt dat wel mee natuurlijk. Eenmaal op de boot spreken de kinderen het woord ‘luxe’ wel 20 keer uit. Ook al is de kajuit nog zo klein, er is een badkamer(tje), echte bedden en één stoel met leuning, al neemt die wat te veel plaats in. Het is een heel rustige zee, maar Marleen is er na een tijd toch ziek van en ‘recupereert’ haar avondeten… nadien gaat het iets minder slecht. Het eerste dat we in Tasmanië doen na een nachtje varen is pilletjes kopen tegen motion sickness, die hebben we dan alvast voor de terugreis.
De afstanden vallen hier veel beter mee dan op het vasteland, maar de reistijden blijven lang, met heel veel kronkelende wegen door de heuvels. Naast een aantal natuurparken en prachtige stranden bezoeken we Port Arthur, waar de meeste veroordeelden voor Van Diemen’s Land naartoe werden gestuurd. En Sarah Island, waar diegenen die in de kolonie terug een misdrijf begingen een poosje mochten verblijven om in barre omstandigheden dwangarbeid te verrichten, al dan niet aangemoedigd door de kat met negen staarten. Heel educatief zo’n reis, de kids hebben weer heel wat bijgeleerd en spelen dan ook convictje en alle mogelijke touwtjes worden aaneengeknoopt tot een busseltje van negen met knoopjes aan de uiteinden… tijd voor een kleine ouderlijke interventie. We bezoeken beide oorden op een zonnige dag en in die prachtige baaien met groene eilanden is het er nu zo idyllisch dat je je moeilijk voor de geest kan halen welke miserie de gevangenen nog geen 200 jaar geleden te beurt viel. Wel zonde dat er in een poging tot collectief geheugenverlies zoveel vernield is door brand, verwaarlozing en zelfs dynamiet, het verleden van deportaties en meedogenloze strafkampen trekt nu toeristen en brengt geld binnen maar was jarenlang een schande die men liefst wou uitwissen.
We kamperen vlak bij Hells Gate en kunnen daar een paar avonden genieten van een ondergaande zon op een plek waar vroeger, vooral bij ruig weer, vele billen werden dichtgeknepen als de schepen de smalle passage tussen de rotsen moesten nemen, omringd door zandbanken (staat een mooie anekdote van in ‘de fatale kust’ van Robert Hughes). Ook al is het allemaal relatief recent, het is hier heerlijk geschiedenis absorberen, eindelijk de prentjes bij de tekst.
Tijdens onze reis is één van de hoofdbezigheden van de kinderen dieren zoeken en voor sommige moeilijk te vinden exemplaren heeft Lieven een ijsje uitgeloofd. Voorwaarden: het moet in het wild zijn en om een levend dier gaan. Hoog op het verlanglijstje staan: een thorny devil, een platypus een een eastern quoll. Buiten categorie zijn de Tasmaanse tijger en de moa (in Nieuw-Zeeland), beiden hoogstwaarschijnlijk uitgestorven. In Mount Field slaagt Marleen erin om twee maal een platypus te spotten, één keer mooi vlakbij waarna Chim een week lang wou dat hij mama was.
Hobart is een toffe stad aan het water, waar het zwarte schip met piratenvlag van SeaShepherd.org ligt af te tellen om de Japanse walvisjagers lastig te gaan vallen.
We gaan een aantal dagen op Bruni Island kamperen (‘Ja Marleen, dat is wel met den boot, maar echt maar heel eventjes overzetten.’) waar vroeger Abel Tasman en Furneau evenals James Cook, Bligh en d’Encastreaux aanmeerden, hoog maritiem bezoek dus, wij zien enkel nog pinguïns aan land komen.
De watervallen, ondoordringbare regenwouden, heuvels, rivieren, meren en baaien maken van Tasmanië een prachtig eiland en bij Lieven knaagt het dan ook wel wat dat, met de kinderen en onze huidige uitrusting, een meerdaagse trektocht door de wildernis er niet in zit. De hele wereld is spijtig genoeg al volledig in kaart gebracht, maar hier moet je enkel die kaart vergeten mee te nemen om ontdekkingsreiziger te worden.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten