vrijdag 11 maart 2011

sappig

In de Otago Peninsula gaan we op bezoek bij Beatrice, die we bij John en Rruth op de boerderij ontmoetten, en genieten er van zalige versgebakken scones. Eenmaal het stopt met regenen gaan we albatrossen en pinguïns bewonderen. Het is telkens een prachtig zicht als er in de schemering een tros blauwe pinguïns komt aanzwemmen. Het lijkt wel een uiteengespatte dolfijn waarvan de fragmenten nietsvermoedend verder zwemmen, afwisselend door water en lucht. Dan gaan we rustig zitten wachten terwijl het snel donker wordt en een tijdje later waggelen de beestjes vlak naast Finke en Marleen voorbij, op weg naar hun nesten.
Weiden, schapen en onder de niet aflatende geseling van de roaring fourties kromgegroeide bomen… het zuiden van het Zuidereiland is zo niet ons ding. Uitzondering zijn de versteende bomen en plantenfossielen aan Curio Bay. Fascinerend om zo’n versteende tijdscapsule te openen en daarin prachtige varens te ontdekken van 270 miljoen jaar geleden. Een moeilijk te bevatten tijdsspanne, in vergelijking met de recente bezoekjes van Abel Tasman en James Cook. Deze laatste geldt hier bij de kinderen als veelgevraagd nagerecht: “Mogen we nen James?” (uit de Cookjesdoos, nvdr).
Over koekjes gesproken: in de winkels liggen hier ‘Belgian biscuits’, hoe ze aan die veronderstelde oorsprong komen is ons een raadsel, wij hebben ze in België nog nooit gezien (zie foto‘s). Andere dingen in de rekken zijn spijtig genoeg wel echt ’Made in Belgium’ zoals bijvoorbeeld de goedkoopste choco… transport over zee kost veel te weinig, milieu komt niet in de rekening voor. Alvast een alibi voor ons om Nutella (uit Australië) te kopen, al beseffen we dat we met deze reis op milieuvlak verre van vrijuit gaan. De kiwi’s, toch het symbool van Nieuw Zeeland, blijken meestal uit de V.S. of Italië te komen waar het nu winter is en hier hangen ze rijp aan de bomen.
Ander veelvoorkomend geïmporteerd fruit is de toerist, een soort financiële persappelsien. Het leven mag hier dan iets goedkoper zijn dan in Australië, alle activiteiten en toeristische attracties zijn ronduit duur. De vele adrenalinekraampjes laten we aan ons voorbij gaan, behalve eentje dat bij Lieven al irritant lang op het lijstje staat: een hemelduik, uitstappen op 4500 meter. De beloofde drie dagen durende Ludo-Dierckxsens-glimlach is wat overroepen maar dat het enigszins verslavend kan zijn, is wel duidelijk. De kostprijs is echter een heel doeltreffend antigif.
Wel een terecht verplicht nummertje is een boottocht door een fjord: Milford Sound. We zitten eerst een meer dan 24 uur durende regenbui uit, het regent hier 7 meter per jaar. We hebben tijd in vergelijking met de bussen vol slachtoffers van georganiseerde reizen die, onder het juk van een punctuele planning, de mist en regen in het fjord gaan bewonderen. We wachten op (volgens Nio) “die ene dag in het jaar dat de zon hier schijnt en ze alle foto’s voor in de boekskes maken”. Die dag komt er en we maken een lange wandeling naar een top voor een machtig uitzicht over de vallei, klauteren over rotsen tot aan de sneeuw en varen in stralend weer door een prachtig fjord met als kers op de taart watervallen van de voorbije regenperiode.
De gletsjers aan de westkust vallen tegen, onder het mom van veiligheid is het pad op een kilometer van de gletsjer al afgespannen. Om via een duidelijk, en gemakkelijk begaanbaar pad tot op een kleine 100 meter van het ijs te komen moet je inschrijven voor een georganiseerde ‘tocht’ met gids… We voelen ons weer bovengenoemde citrusvruchten, maar passen voor het persgedeelte. Voor een wandeling op het ijs, logischerwijze met gids, worden Finke en Chim te klein bevonden en we houden het dan maar bij datgene waarvoor we eigenlijk gekomen zijn. We genieten in alle rust van wandelingen in de natuur, over bergen en door rivieren. Weg van de volgeladen bussen die, zoals de typische rode 5kg netzakjes, worden opengetrokken waarna de begeerde vruchten eruit rollen om gewillig van hun budgettair sap te worden ontdaan.
Abel Tasman NP is prachtig en we doen er 2 dagtochten van het kusttraject. De stukken strand, die geregeld de wandeling door beboste heuvels onderbreken, zijn een leuke afwisseling en betekenen telkens speeltijd voor de kinderen. We vinden er een gammel vlot waarmee we schipbreukelingske kunnen spelen op het heldere water. Na meer dan 10 km klimmen, dalen en door mul zand stappen kan Chim met zijn korte, vijfjarige beentjes zelfs nog mee lopen voor hun favoriete wedstrijdje ‘om ter eerst de mobilhome aanraken’ (gewonnen door Finke).
We zitten dan in het noorden van het Zuidereiland, wat betekent dat dit stuk erop zit en we de boot nemen naar Wellington, op het Noordereiland. Op de boot praten we met mensen van Christchurch die de miserie even achter zich willen laten.
(Over de aardbeving, zie ons vorige bericht dat iets is uitgebreid.)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten