Dat je in NZ zowat overal mag kamperen is voorgoed verleden tijd, zonder dat er, zoals in AU, een alternatief wordt geboden voor mensen die niet telkens naar een camping willen. Met een camper is het minder moeilijk dan met een tent, maar het blijft wat plan trekken. Tegen onze verwachtingen in is het op het Noordereiland juist gemakkelijker om vrij te kamperen dan in het veel minder bevolkte Zuidereiland, waar een doorstreept tentje zowat het meest voorkomende verbodsbord moet zijn.
We vinden een plekje in een park aan de rand van Wellington om van daaruit de stad te verkennen, het Te Papa museum te bezoeken en de sfeer van een muziekfestivalletje op te snuiven.
In verschillende steden en dorpen hangen de vlaggen halfstok, dat dit uit sympathie met Christchurch zou zijn wordt door Finke van tafel geveegd: “dat is omdat de Nutella uitverkocht is!” En effectief, winkel na winkel is er in plaats van de welbekende chocopotten enkel nog een gapende holte in de rekken te bespeuren. De eerstvolgende stad waar de vlaggen hoog hangen, nemen we de proef op de som en Finke wijst triomfantelijk een rek vol Nutellapotten aan.
We rijden richting Mount Taranaki en brengen een bezoekje aan Heidi, de tante van Fleur en Sarah uit Nio en Finke hun klas. Zij woont hier in het groen met in de verte de gepensioneerde vulkaan.
De Forgotten Highway brengt ons naar Tongariro NP, waar doorheen een dagtocht loopt over vulkanen, langs kraters en kratermeren en waar links en rechts stoom uit de grond komt gesist. Te lang voor Marleen haar pijnlijke beenscharnieren en te zwaar voor de kids dus trekt Lieven er alleen op uit. De Tongariro Crossing wordt een dag vol actie, met de beklimming van de Ngauruhoe, een ingedommelde lavabraker, als extraatje erbij. Resultaat: naast een mooie ervaring, een hoop foto’s en een restaurantbezoek met Jith en Preet die we een lift gaven, ook nog stijve spieren als aandenken.
Waar de meeste mensen het Zuidereiland het mooiste vinden, gaat onze voorkeur toch uit naar de vulkanen, hotpools, geisers en dramatische, buitenaardse landschappen van het Noordereiland. Vooral naar de bubbelende modderpoelen kunnen we met het hele gezinnetje gemakkelijk een half uur zitten gapen.
In het licht naar zwavel ruikende Rotorua gaan we ook nog naar een benefietconcert van allerhande Maorigroepen ten voordele van Christchurch. De typische Maoridansen zijn indrukkwekkend, met de kwade getatoeëerde gezichten, witte ogen, geroep en ritmisch gestamp op de grond. Chim is onder de indruk en fluistert vol ontzag in papa zijn oor: “de Mamori’s zijn nog wilder dan mij…” Gevolg is wel dat de imitatiedrang, (die ons vroeger na iedere aflevering van The A-team ons vierzonig huishouden op stelten deed zetten), Chim erin doet slagen de ‘Mamori’s’ toch haast te evenaren.
We zijn enkele van de weinige blanken in de zaal en de presentatie is net als de zang in het Maori. Hetgeen dan toch in het Engels wordt gezegd, verstaan de kinderen evenmin. Niet omdat ze geen Engels verstaan, want ze spreken het bijna constant onder elkaar, enig probleem is dat dat hún Engels is. Bij de Monopoly klinkt dat zo: “Koping you that?” Het antwoord is dan “No way’ of ‘Yes way’. Op de opmerking dat ze bijvoorbeeld moeten vragen “Are you buying this?” wordt prompt met een zucht geantwoord: “My onthouwing it no!” gevolgd door een nog diepere ouderlijke zucht.
Het laatste Maori optreden was van een groep in hun traditionele (gebrek aan) kledij. De blote poepen vonden onze gasten hilarisch en nu je enigszins vertrouwd bent met hun Engels wordt de titel van dit bericht misschien duidelijk.
In tegenstelling tot de Aboriginals in Australië, die al gedurende een paar eeuwen een minderwaardigheidscomplex zijn aangepraat, dragen de meeste Maori’s hun afkomst, evenals enig overgewicht, met trots. In Australië leven de twee culturen grotendeels naast elkaar, hier vloeien ze veel beter in elkaar over.
In onze laatste week voor we terugvliegen naar Australië, bezoeken we het Coromandel schiereiland en dat verloopt allesbehalve vlot. Eerst een omweg naar het ziekenhuis omdat Nio na een val Herr Flick gedrag vertoont. Gelukkig blijkt zijn gezwollen voet niet gebroken te zijn. Weer op weg en na een nacht regen is er een brug overstroomd. We rijden dan maar het hele schiereiland rond om voor een ander overstroomd stuk weer te stranden. Het wordt wachten tot het water voldoende gezakt is, al keuvelend met andere deelnemers aan de file. Zowaar een file! … een concept dat nog vaag herinneringen oproept uit een vorig leven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten